Aanwerving collectie decoraties

De Vlierbes ontvangt geregeld spontane schenkingen van allerlei voorwerpen en documenten. Soms zitten daar echt wel uitzonderlijke en waardevolle zaken tussen. Neem nu de decoraties die Frederic Jozef De Clercq (Zandhoven 1845 – Beerse 1936) wist te verzamelen en die ons eind vorig jaar werden geschonken door Eric Dictus. Het gaat om een negental medailles en decoraties, die hem omwille van zijn uitzonderlijke verdiensten werden toegekend.

Pauselijke zoeaaf

Frederic Jozef De Clercq, geboren op 9 januari 1845, was zelf de zoon van een oud-strijder van 1830, de Belgische onafhankelijkheidsstrijd. Hij volgde de ‘soldatenschool’ van 1858 tot 1861, waarna hij meteen werd ingelijfd bij het tweede regiment jagers te voet. Daar verwierf hij de graad van korporaal en in juli 1866 werd hij sergeant. In januari 1869 verliet hij het Belgische leger en trok naar Rome om er zich bij het vierde depot van het pauselijke zoeavenleger te laten inlijven. Hij werd er al na vier weken tot leraar-korporaal aangesteld.

De zoeaven waren soldaten van het internationale vrijwilligerscorps dat in de periode 1860-1870 paus Pius IX te hulp kwam toen de pauselijke staten, het Patrimonium Petri, door Italië werden geannexeerd. Op 20 september 1870 begon het beleg van Rome, waarbij aan de Porta Pia een bres in de versterking rond de stad werd geslagen en de stad werd ingenomen.

Om verder bloedvergieten te voorkomen, gelastte de paus de zoeaven, onder wie bijna 700 Belgen, om de strijd te staken. Vanaf dat ogenblik beschouwde de paus zich als ‘de gevangene van het Vaticaan’, een situatie die zou voortduren tot in 1929. Frederic De Clercq liep bij deze slag een hoofdwonde op. Hij werd gevangengenomen en via Zwitserland opnieuw naar ons land gestuurd.

Het was paus Leo XIII, de opvolger van Pius IX, die hem in 1891 de medaille van ‘Bene Merenti’ (uitzonderlijke verdiensten) verleende, samen met een oorkonde, waarin zijn heldhaftigheid werd benadrukt. Het was slechts een van de vele onderscheidingen die hem in zijn leven te beurt vielen.

Maatschappij de Gedecoreerden Beersse

In 1873 trad Frederic De Clercq in het huwelijk met Angelica Matheussen (Oostmalle 1852 – Beerse 1917) en zij kregen vijf kinderen. Hij zou in 1910 gaan inwonen bij zijn schoonzoon, Louis Ten Grootenhuyzen, getrouwd met zijn dochter Maria. Die baatte aan de Lindelaan een café en varkensslachterij uit. In 1911 richtte hij de Maatschappij de Gedecoreerden Beersse op, die al snel 28 verdienstelijke leden telde.

In de loop van zijn lange leven werd Frederic De Clercq onderscheiden met verscheidene koninklijke medailles en andere eretekens. Er bevinden zich twee gedenkpenningen voor de 75-jarige onafhankelijkheid van België, uitgegeven door de gemeente Beerse. Frans De Roover was voorzitter van deze vereniging en Frederic De Clercq werd schrijver-schatbewaarder, een functie die hij van 1911 tot 1932 plichtsgetrouw vervulde, waarna hij onverwachts tot voorzitter werd gekozen. Hij overleed in 1936 op 91-jarige leeftijd.

Karel Van Nyen was een van de erevoorzitters van deze vereniging, waartoe ook Marie De Breyne behoorde. Zij werd in 1922 lid en ontving voor haar inzet en moedig gedrag tijdens de Eerste Wereldoorlog en nadien talrijke onderscheidingen, waaronder de medaille van politiek gevangene en Ridder in de orde van Leopold II.

Meer over de vereniging van onderscheiden Beersenaren leest u in het artikel “Maatschappij de Gedecoreerden Beersse 1911-1934” van Leo Dignef in: De Vlierbes XXXIII (2011).