Hoewel Bart Meuleman al geruime tijd zijn geboortedorp Oud-Turnhout heeft ingeruild voor Antwerpen, situeren zijn romans zich tot nu toe allemaal in de Kempen. Zo blikt hij in zijn De Jongste Zoon terug op zijn jeugd in het Turnhoutse en doet hij in Hoe mijn vader werd verwekt het relaas van het leven van zijn vader, dat zich grotendeels in Oud-Turnhout afspeelde. In zijn nieuwste roman Een distel in bloei roept Meuleman de kunstwereld van de jaren veertig van de vorige eeuw op. De schrijver voert de fictieve Kempense kunstenaar Modest Dams op, die geboetseerd is naar het leven van schilder Jan Vaerten uit Beerse.
Jan Vaerten (1909-1980) werd geboren in Turnhout, maar vestigde zich in Beerse, waar hij zijn hele leven lang bleef wonen en werken. Even leek Vaerten een internationaal bejubeld kunstenaar te worden, zelfs opgemerkt door Picasso, maar vandaag zijn er van hem nog slechts enkele werken te bezichtigen in Transfo2340. Bart Meuleman heeft Vaertens carrière gebruikt als kapstok om een boeiend relaas te brengen over de kunstwereld tijdens de oorlogsjaren en de jaren nadien in België. Maar zijn boek is geen biografie over Jan Vaerten. Naast de feiten uit zijn leven heeft de auteur ook heel wat zaken verzonnen. Dat is het spel dat een romanschrijver mag spelen.
In een interview in Gazet van Antwerpen van19 december 2025 verklaarde de auteur dat hij al heel lang een boek wou schrijven over kunstenaars of kunst in het algemeen in de jaren veertig en de Tweede Wereldoorlog, een periode die vaak wordt overgeslagen in de kunstgeschiedenis. Hij had eerst het plan opgevat om meerdere kunstenaars op te voeren, maar uiteindelijk besliste hij zich te concentreren op een streekgenoot. “Jan Vaerten is bijzonder omwille van zijn carrière in de jaren veertig. Hij was een autodidact en ging in de leer bij Albert Van Dyck, een schilder uit Schilde. Hij werd in de tweede helft van de jaren veertig opgemerkt omwille van zijn heel eigen stijl. Voor hij het besefte, zat hij in de eerste Biënnale van Venetië van na de Tweede Wereldoorlog, toen de belangrijkste expo van moderne kunst ter wereld. Op die biënnale liet Picasso zich lovend uit over hem: “Vaerten wil tenminste geen Picasso zijn, hij is geen na-aper.” Vaerten is die uitspraak tot op het einde van zijn leven blijven koesteren. Maar we zijn dan wel veertig jaar verder en zijn carrière is nooit echt van de grond gekomen.”
Vaerten had een eigen stijl, een beetje pathetisch, maar wel doorvoeld. De vraag die kunstenaars zich in die oorlogsjaren stelden, was: ‘Hoe geef je het leed van dat moment vorm’? In de jaren veertig heeft Vaerten zijn ‘boerderijdieren’ uitgevonden. Die voorstellingen van dieren waren uniek. Hij schilderde geiten, koeien, kippen, stieren en hanen in heel felle kleuren. Ze stonden symbool voor de oorlogsellende en vele mensen in die tijd werden erdoor getroffen. Meuleman: “Hij heeft met die boerderijdieren zijn hoogtepunt gekend, maar heeft dat succes niet kunnen verderzetten. Hij heeft zich teruggetrokken en zich maar lichtjes laten beïnvloeden door de abstractie, terwijl andere kunstenaars wel doorgegaan zijn op dat pad en meer naam hebben gemaakt.”
Vaerten was naast schilder ook een begenadigd tekenaar. Hij kon met een paar lijnen iets op papier zetten. Meuleman relativeert: “Op zijn best is zijn werk verdienstelijk, maar een echt groot kunstenaar is hij nooit geworden, spijtig genoeg. Het zal zeker zijn ambitie geweest zijn, maar dat is het streefdoel van de meeste kunstenaars. Ze kunnen zich bescheiden voordoen, maar ‘kunstenaar zijn’ is een roeping. Je hebt een drang om dingen te maken die heel de wereld fantastisch vindt. De meesten zullen daar niet geraken, ook schrijvers niet. Vaerten is dus niet in de grote museumcollecties geraakt. De Warande heeft in 2009 nog een tentoonstelling gebracht met zijn werken uit de jaren veertig. Dat is zijn beste periode geweest. Als er vandaag nog ergens een Vaerten hangt, zal dat in een Kempense woonkamer zijn.”
Een distel in bloei van Bart Meuleman is uitgegeven bij Querido, 2025, 328 blz., 23,99 euro.