Mijn Voorspoedige Groei

Inleiding

De parochie zet haar verhaal voort; we betreden hier een breed veld. Mijn groei in die vijf en twintig jaren is zo geweldig en zo veelzijdig, dat dit terrein niet in eens is te overzien. We moeten ons beperken en meerdere aspecten samenvatten in enige overzichtelijke artikelen, die te zamen een tamelijk getrouw beeld geven van de zegen Gods, die op mij rustte.

Mijn verhouding tot de andere parochies van Tilburg

Slechts korte tijd bleef ik de jongste spruit der grote parochiefamilie van Tilburg. Reeds 8 dagen na mijn geboorte stapte de parochie Loven de wereld in, ’n half jaar later gevolgd door Parochie Trouwlaan, die haar stichter, Kapelaan Vroomans, zo vroeg (Januari 1922) had verloren en ’n pleegvader vond in Pastoor Verschuren. Dus ik sloeg al spoedig in de Familie, met twee zusters onder me, ’n aardige figuur. In 1925 werd de parochie van de H. Familie geboren gevolgd in 1930 door een tweeling: de parochies Groeseind en H. Theresia, terwijl parochie Ringbaan-Oost in 1933 veertien jaren lang de parochiënstoet afsloot. Deze raakt in 1948 haar Benjaminrechten kwijt, om die over te reiken aan de jongste spruit, de Parochie van Leij-park.

Pastoor A Verschuuren, Em. pastoor parochie Trouwlaan

Mijn financiële zorgen

Financieel liep de parochiewagen niet zo gesmeerd, als door een optimist in de begroting was gedroomd. Die vervloekte mammon van ongerechtigheid was een voortdurende ergernis van Dr. Moller z.g., die eens verklaarde: „Als ik in de hemel kom, stap ik recht naar O. L. Heer met de vraag: „Hoe is het nu in Gods naam mogelijk, dat U de uitvoering uwer werken afhankelijk stelt van dat vervloekte geld?” De Middeleeuwen wisten er wel raad op en betaalden de werklui (althans gedeeltelijk) met aflaten, doch die tijd is helaas voorbij! Thans regeert de leuze „Geen geld, geen Zwitsers!” De strijd met de Mammon was een strijd op leven en dood! Doch ik overwon, zei Salomon! Geen dood, doch een steeds krachtiger leven! ’t Is mijn vaste overtuiging, dat de patrones een groot aandeel in die strijd heeft gehad, welke in latere jaren ten onzen gunste werd beslecht.

Wat was de oorzaak van die financiële moeilijkheden? Och eenvoudig de duurte van materialen en lonen na de oorlog van 1914-1918 en de financiële teruggang van Tilburg: het eerste was oorzaak, dat de bouw van kerk en pastorie ver de begroting te boven ging en het tweede had tot gevolg, dat de parochianen minder scheutig werden. Om slechts iets te noemen, de pacht der kerkbanken, (de grote inkomsten der kerk!), die op f 5000.- waren berekend in de begroting, brachten jaren lang niet meer op dan de helft 1 In 1925 daalden de inkomsten der kerk nog beduidend.

Doch nog eens: we kunnen thans met een gerust hart de toekomst tegemoet zien. De kerk staat er op ’t ogenblik financieel niet slecht voor we mogen hierbij wel dank brengen aan „Onderlinge steun” en de dank herhalen aan „Kerkenbouw”.

Uitbreiding der parochie

’t Spijt me, dat ik dit onderwerp een lange lijdensgeschiedenis moet noemen. In het 1e Hoofdstuk vertelde ik, dat de Gemeente in ’t jaar 1920 een eldorado schilderde: middenstandswoningen, een Villapark met station, een Ringbaan van 30 M. breed enz. enz., ik weet niet, wat al meer .. . . De burgemeester, zo verklaarde hij, hield z’n hart vast, als hij dacht aan de geestelijke verzorging van al deze bewoners, die hier in een korte spanne tijds zouden zijn gevestigd, als de kerkenbouw geen gelijke tred hield met de groei der gemeente in deze buurtschap.

En wat was de werkelijkheid voornamelijk tengevolge van de malaise (1925)? Toen de kerk was geopend, moesten de parochianen door modderwegen baggeren; bijna één jaar later werd de Thomas van Kempenstraat verhard; drie jaren later de Ruijsdaelstraat, zodat de kerk voor een auto bereikbaar werd, 1926. Dan volgde de verharding van de Korenbloemstraat. Ongeveer 8 jaren na de bouw van de kerk kregen we de Ringbaan, doch zo pietleuterig mogelijk: slechts één weg, met een voorlopig wegdek; de andere moet nog verschijnen! Nu, na 25 jaren: Het Villapark, de hoop der toekomst, bleef een vrome wens. Het Rijk keurde de onteigening af om een nietswaardige formaliteit en de Gemeente reageerde hierop niet. „Zorgvlied” stond bij de Gemeente in een kwaad blaadje en dit heeft de uitbreiding van het Villapark niet weinig tegengehouden! Het oorspronkelijke plan van het Villapark werd na 10 jaren herzien en tot heel wat mindere proporties gereduceerd; en intussen zat ik te wachten op de uitbreiding en te zuchten met de profeet: „Anna, zie je nog niets komen?”

Ja, de morgenschemering voorspelde een blijdere toekomst. Eindelijk na zoveel jaren geduld werd verlof gegeven te bouwen in het Villapark op bescheidener schaal en de Bouwverenigingen maakten van dit verlof dankbaar gebruik. In ’t begin der dertiger jaren nam de bouw een aanvang, doch het duurde nog jaren, vooraleer een straat in het Villapark werd aangelegd. Na talrijke requesten werd eindelijk besloten, om met een trottoirband waarlangs ’n paar tegels, een verbinding tussen de kerk en ’t Belgische spoor tot stand te brengen. Met een zucht van verlichting werd dit in het kerkarchief vastgelegd.

Toen in het jaar 1934 Huize „Mariëngaarde” werd gebouwd, moest heel vrolijk de rog worden weggemaaid; zo weinig was nog van een Villapark te bespeuren! In 1937 was de ontwikkeling van het Villapark in volle gang.

Niettegenstaande de weinige medewerking van de Gemeente moet U niet denken, dat de parochie zich niet uitbreidde gedurende de jaren 1922-1934. Volstrekt niet! De Bredase Weg is in die jaren volgebouwd en kreeg om die reden in 1933 of 1938 een prachtig wegdek met een feeërieke verlichting, de roem van Tilburg.

Verder verschenen op de terreinen tussen Ringbaan en Korenbloemstraat talrijke middenstandswoningen en vele werkmanshuizen, die comfortabel waren ingericht; elk open plekje werd voor een huis benut, waardoor de parochie alle jaren beduidend groeide. Vanaf 1937 werd ook geregeld het Villapark met meer woningen verfraaid, tot opeens de oorlog uitbrak, die alle uitbreiding stil legde, zoals overal. Als de tijden meer normaal worden, mogen we verwachten, dat het Villapark spoedig zal voltooid zijn.

De gebouwen

Voortdurend werd er gewerkt aan mijn uitbreiding door het plaatsen van kerkelijke gebouwen. Aanvankelijk moest elke vergadering of les in de sacristie worden gehouden, doch dat heeft Goddank niet lang geduurd. Achtereenvolgens kwamen de volgende gebouwen tot stand: in het jaar

1921 en 1922 kerk en pastorie;
1923 de Meisjesschool, destijds aan de Ringbaan 304;
1924 de Jongensschool, destijds aan de Poirtersstraat;
1925 het Broeders-klooster aan de Ringbaan;
1926 de Bewaarschool met 4 lokalen aan Th. van Kempenstraat;
1927 het patronaatsgebouw voor jongens en parochiehuis Poirtersstraat;
1928 werd de stokerswoning aangekocht, Akkerstraat 162;
1929 het Zustersklooster aan de Poirtersstraat;
1930 De kosterswoning, Thomas van Kempenstraat 23, aangekocht;
1931 De Gymnastiekzaal met 2 kleedkamers tussen de scholen;
1932 De Montessorischool Huishoudschool, patronaat voor meisjes en vergaderzaal;
1933 Uitbreiding parochiehuis en Bewaarschool met kapel, 2 bewaarschoolklassen en vergaderlokalen;
1934 Bouw van Huize „Mariëngaarde”;
1935 „Mariëngaarde” voltooid en in gebruik genomen;
1936 Concierge-woning v. Maerlandstraat 1 aangekocht. Enige van deze gebouwen vragen onze aandacht.

De Meisjesschool

Na een lange, harde en vinnige strijd voor het Bijzonder Onderwijs kwam in ’t jaar 1920 de pacificatie tot stand, wat betreft het Lager Onderwijs. De Gemeente moest voortaan onder bepaalde voorwaarden de scholen bouwen, terwijl ’t Rijk voor de salariëring zou zorgen. De Katholieken waren niet te lui, om tal van scholen aan te vragen; daartoe behoorde ook de nieuwe parochie van de Bredase Weg.

Reeds in 1922 verklaarde de Provinciale Overste der Zusters, Dochters van O. L. Vrouw v. h. H. Hart, Bredase Weg te Tilburg, zich direct bereid de leiding van de parochiële Meisjesschool op zich te nemen en spoedig daarna gingen de nodige aanvraagformulieren, waarmee ons land zo graag werkt, in zee.

De aanvraag van scholen was zo overstelpend, dat er paal en perk moest gesteld worden. Zo ontstond de bezuinigingswoede, die werd vastgelegd in een noodwetje. Eerst werden de gemaakte plannen afgekeurd als te luxueus en later geheel op zij gelegd door het noodwetje. Nieuwe plannen werden gemaakt, adviezen ingewonnen verder getobd, tot eindelijk de goedkeuring werd verleend en de school in Juni 1923 werd aangenomen. De eerste steen werd gelegd in Augustus 1923. Na de kerstvacantie werd de school aan de Ringbaan West 304 in gebruik genomen en geopend met 216 meisjes. Ze werd plechtig ingewijd op 7 Mei 1924 en gesteld onder de bescherming van de H. Margarita Maria.

’t Getal leerlingen was niet zo overstelpend groot, dat de zeven klassen direct in gebruik werden genomen; zodoende wisten de zusters de leeg staande lokalen te benutten voor het Bewaarschoolonderwijs. De nodige bewaarschoolbanken met de vereiste ingrediënten werden aangekocht en tegelijk met het Lager Onderwijs begon de bewaarschool. Haar ijver ging nog verder: spoedig was de zolder omgeschapen in een naailokaal en ook dit onderwijs nam een aanvang: dagschool met avondschool.

De opening van de school was ook geforceerd. Voor de goede functionering gedurende de eerste maanden moesten noodoplossingen gemaakt worden; de vindingrijkheid der Zusters was zo groot, dat deze vaak de lachlust opwekte van de belangstellenden. Die het hebben meegemaakt, bewaren hiervan de prettigste herinneringen.

De school groeide met het jaar (we mogen hier verwijzen naar statistiek achter in ’t boek) en naarmate de leerschool groeide, werd de ruimte voor bewaarschoolonderwijs kleiner. De oplossing dezer moeilijkheid werd gevonden in de bouw ener nieuwe Bewaarschool in ’t jaar 1929 en de tweede moeilijkheid, die de groei der school meebracht, was deze, dat zij steeds meer leerkrachten vroeg. Dat was op zich zelf nog niet zo erg, doch de Congregatie der Zusters had in deze jaren van geweldige uitbreiding der Bijzondere Lagere Scholen tengevolge van de nieuwe Onderwijswet, talrijke scholen elders aanvaard en tot overmaat van ramp vroegen onze koloniën na. de opleving van het Bijzonder Onderwijs heel veel religieuse leerkrachten voor de Missie.

Het gevolg van dit alles was, dat deze in onze meisjesschool steeds meer verdwenen, zeer ten nadele van het onderwijs. Dit inzicht bracht het gemeenschappelijk en vriendschappelijk besluit, om naar een krachtiger onderwijscongregatie uit te zien, wier hoofddoel niet de missie was, doch het onderwijs.

Deze werd gevonden in de Congregatie van de Franciscanessen Recollectinen-Poenitenten te Etten. En met de grote vacantie 1930 werd met weemoed en dankbaarheid op vriendschappelijke wijze afscheid genomen van de 3 zusters, die de scholen nog dreven en werden de scholen aan de Zusters van Etten toevertrouwd.

Bij de overname der meisjesscholen was haar klooster in de Poirtersstraat voltooid; nu werd een ruiltje gelegd met de jongensschool, die toen in de Poirtersstraat lag, zodat de Zusters haar school kregen in de onmiddellijke nabijheid van haar klooster en de Broeders naast hun klooster aan de Ringbaan West.

De meisjesschool nam voortdurend toe in leerlingen en heeft dit jaar het getal van 390 bereikt. De school is dus overbevolkt, die voor ruim 300 leerlingen is gebouwd. Hoe ruimte werd verkregen voor 390 kinderen en hoe dat euvel moet worden verholpen, vertellen we in Hoofdstuk IV.

Het chronicum in de hal der meisjesschool: SUb sanCtae Margaretae praesIDIo ContInUo CresCat” (Moge [de school] voortdurend bloeien onder de bescherming van de H. Margarita!) legt het bouwjaar vast.

De Jongensschool

De moeilijkheden, waarmee de stichting van de Meisjesschool gepaard ging, waren nog groter bij de totstandkoming der jongensschool.

Vooreerst moesten religieuse leerkrachten worden gezocht. Deze werden bij de uitgroei der lagere scholen voor zoveel plaatsen gevraagd, dat wij achter ’t net visten. Alle Nederlandse Congregaties van Broeders moesten „tot haar spijt” natuurlijk weigeren om de eenvoudige reden, dat zij over te weinig krachten konden beschikken. Achtereenvolgens werden aangevraagd: de Fraters van Tilburg, de Broeders van Heibergen, Dongen en Maastricht, doch overal tevergeefs.

We moesten onze ogen vestigen op het buitenland en zonden een smeekbede naar Brugge en Gent, die vergezeld ging van een verzuchting naar onze Kerkpatrones. In Augustus van het jaar 1921 kwam er een briefje van Vader Vigile uit Eikenburg, die namens de Congregatie der Broeders van Liefde, Stropstraat, Gent, om een conferentie verzocht, welke plaats had op 28 Augustus 1921. in beginsel werd besloten, dat met Pasen 1923 de jongensschool zou beginnen.

De bouw der jongensschool ondervond dezelfde moeilijkheden als de meisjesschool. Bouwen – niet bouwen. Zo bouwen – anders bouwen. Het slot was, dat de jongensschool tegelijk met de meisjesschool op 1 Juni 1923 werd aangenomen. Een belangrijk verschil met de oorspronkelijke plannen, die Pasen 1923 ’t begin van de start aanwezen. Toen werd de grote vacantie van ’t jaar 1924 als beginpunt vastgesteld. We hadden dus de tijd, om de school degelijk voor te bereiden.

Op 3 September 1924 werd de jongensschool geopend met 224 leerlingen. Zij werd toegewijd aan Sint Thomas van Aquine, die in dat jaar jubileerde. ’t Chronicum, dat het bouwjaar vastlegt luidt: DoCtorIs ThoMae JUbILantIs tUteLa CresCat (Moge [de school] groeien onder de bescherming van de Leraar, Thomas, die zijn eeuwfeest viert).

De school, die toen nog was gevestigd in de Poirtersstraat, deed niet alleen dienst als school, doch ook als Broedersklooster, omdat het klooster zelf aan de Ringbaan West nog in aanbouw was.

In 1930 werd de jongensschool overgebracht naar de Ringbaan 304, naast het huis van de Broeders. Deze school echter was beduidend kleiner en gebouwd voor 260 kinderen. Met verwijzing naar de statistiek achter in ’t boek kan men zien, dat de school al spoedig te klein was. Bij de bouw der jongensschool (1925) werd ook het terrein achter de kerk door een muur van de straat gescheiden.

Vanaf 1931 hebben we voortdurend aangedrongen op de bouw van een tweede jongensschool. De tegenwerking was veelzijdig. Men meende de bezwaren der overbevolking van onze jongensschool te kunnen bezweren door een volledige school te bouwen in de onmiddellijke nabijheid (Van Meursstraat) van onze school. De uitkomst was, dat de aanvraag nog groter werd!

In 1938 meenden we, dat eindelijk ons pogen met succes zou bekroond worden. Een gemeentelijke commissie werd saamgesteld en deze kwam tot de slotsom, dat de school bepaald zeer nodig was. De nodige handtekeningen voor een nieuwe school werden zonder enige noemenswaardige moeite verkregen. Alles was, zo meenden we, in kannen en kruiken en wederom werd om een nietswaardige reden (de lijsten der handtekeningen waren niet notarieel verbonden) de school geweigerd, terwijl een andere jongensschool in de onmiddellijke nabijheid aan de andere zijde van de parochie werd toegestaan. Intussen was de oorlog uitgebroken in 1939 en werd alle scholenbouw stop gezet. Door statistieken uit de oorlogsjaren 1914-1918 werd aangetoond, dat de gunstige tijd voor scholenbouw niet was verstreken, omdat na een oorlog de kosten beduidend hoger zouden zijn, doch we klopten aan dovemans-deur. Het plaatsgebrek onzer jongensschool wordt beangstigend. Moge dra een blijde dageraad aanbreken!

Het Broeders-klooster

Onderhandelingen hebben tijd nodig. Les idées marchent. Ook dat vraagt tijd, nieuwe bezinning. Zo gebeurde het, dat we een jaar na de conferentie van 28 Augustus 1921 weinig waren gevorderd. Meerdere terreinen voor het klooster werden bekeken; zwaar werd er over geboomd, het gemeentebestuur werd er mee gemoeid, tot eindelijk na veel wikken en wegen werd goed gevonden, dat het terrein naast de scholen voor kloosterbouw zou worden bestemd. Om nagenoeg één h.a. te verkrijgen, wat de Algemene Overste nodig oordeelde voor dit huis, dat ook bestemd zou zijn voor de studerenden voor de Middelbare actes, heeft de kerk iets van haar terrein afgestaan onder de belofte, dat, wanneer de kerk dat terrein ooit zou nodig hebben, terwijl de Broeders dat zonder bezwaar konden afstaan, aan die wens zou worden tegemoet gekomen.

Toen eenmaal het terrein was afgebakend, waren de tekeningen van het klooster spoedig gereed. Het werd aangenomen door de Firma Broers voor ruim f 100.000- en in Februari 1924 werd de eerste spade in de grond gestoken. Voorspoedig verliep het werk; jammerlijk verloor de aannemer de Heer Willem Broens ’n paar vingers bij de aanzet van een machine.

In ’t vroege voorjaar van 1925 was het klooster gereed. Het werd toegewijd aan den H. Petrus Canisius, in ’t jaar 1924 tot Leraar der Kerk verheven en heilig verklaard.

Het chronicum, aangebracht bij de ingang van het klooster, luidt
S. CanIsI, DoCtor perspICUe eXaUDI DepreCantes (H. Canisius, heldere leraar, verhoor die tot U bidden).

Wij vertelden reeds, dat de eerste Broeders ongeveer 6 maanden hun home gevonden hebben in de Jongensschool: de zolder was slaapzaal, een klas was hun verblijf en een klas de kapel.

13 Augustus 1924 arriveerden de eerste Broeders: Vader Palmace en Broeder Aëtius, die hun intrek namen in de Pastorie. Ze moesten de komst van de andere Broeders voorbereiden.

23 Augustus 1924 had de installatie plaats van het nieuwe klooster in de Jongensschool door de Algemene Overste der Broeders van Liefde, Stropstraat Gent. De eerste Broeders waren: Vader Palmace, Br. Aëtius, Br. Paulo, Br. Elzea, Br. Vivinus, Br. Sensatus, alle onderwijzers en Br. Narceus als kok.

In het voorjaar van 1925 werd de school verlaten en namen de Broeders bezit van hun klooster. De plechtige inwijding van het klooster had plaats op 27 Mei van het jaar 1925.

Bewaarschool, parochiehuis en Patronaat

De Bewaarschool was in 1924 ondergebracht in ’n paar lokalen van de Meisjesschool. Toen deze meer plaats vroeg, werd de Bewaarschool daaruit verdreven niettegenstaande de Bewaarschool ruimte te kort kwam. Daarbij hadden we een vergaderlokaal zeer nodig. Wel hadden we na het vertrek der Broeders in Juni 1925 een der klaslokalen van de jongensschool tot vergaderlokaal ingericht, doch dit was betrekkelijk klein en onvoldoende.

Ten slotte had de jeugdorganisatie lokalen nodig; vooral een gewoon patronaat was de eis van de tijd. Dit waren even zovele redenen, om te komen tot een bouw die in die behoeften zou voorzien.

Maar hoe? De kerk ging gedrukt onder de zware lasten van haar schulden; ze hing onder die last met de neus op de grond. Van haar kon geen heil verwacht worden en toch moest er iets worden gedaan. De liefde is vindingrijk, zegt St. Paulus. Er zou een Stichting in ’t leven worden geroepen; deze zou trachten met allerlei geoorloofde middelen geld bij elkaar te brengen, zij kon het verder nodige geld opnemen en los van de kerk haar eigen financieel beleid voeren.

Zo gezegd, zo gedaan! Enige wakkere parochianen kwamen te zamen en vormden het Bestuur van de Stichting, die de pas gecanoniseerde, lieftallige heilige Sinte Theresia van ’t Kindje Jesus van Lisieux tot patrones van de Stichting koos. We kunnen die heilige niet dankbaar genoeg zijn; want Zij heeft haar werk op wonderbare wijze gezegend. Op 8 October 1926 werd de stichtings-acte bij Notaris Goyaerts gepasseerd. Zij zou de eigenares worden van alle gebouwen buiten de kerk, pastorie en scholen voor het Lager Onderwijs. Het Bestuur werd gevormd door de Pastoor als voorzitter, H. Bonsel als secretaris, Dr. v. d. Beijl als penningmeester en verder door L. Goyaerts, J. van Dooremaal, W. v.d. Ven, Mevr. Swagemakers-Reijnders, Mevr. Swagemakers-Bogaers en nog enige als leden.

De eerste vraag was: „Hoe komen we aan de dubbeltjes?” Vier machtige middelen werden aan de hand gedaan, als zovele vuurmonden, die de strijd tegen de Mammon der ongerechtigheid ten onzen gunste zouden beslechten; nl.

1. Een collecte bij de, vooral gegoede, parochianen;
2. Het plaatsen van renteloze aandelen, die na 1935 zouden uitloten;
3. De invoering van een derde schaal in de kerk ;
4. Het houden van een loterij.

Met groot succes werd dit werk bekroond. De loterij bracht ongeveer f 10000.- op. Heel Brabant werd bereisd en honderden werden aangeschreven. Grote verdiensten verwierf zich hierbij Rector Gerris (Goede Herder).

C Gerris, Em. rector Huize De Goede Herder (+1946)

Een milde gever gaf ons de grond cadeau voor de bouw, groot ongeveer 3090 M2. Hij kocht het terrein tegenover de pastorie, hetwelk ’t eigendom was van Landbouwer Stoop. Na veel pourparlers met de gemeente werd dit geruild met ’t terrein aan de Th. van Kempenstraat-hoek Poirtersstraat van ongeveer gelijke grootte. Dat geschiedde in ’t jaar 1927. Het werk kon dus beginnen. In ’t voorjaar van het jaar 1928 werd de bouw aangenomen door J. v. d. Wegen-Cools; op ’t eind van dit jaar was hij voltooid en op Driekoningendag van het jaar 1929 werd de bouw plechtig ingewijd. ’s Morgens werd een feestvergadering gehouden waarbij Dr. de Brouwer de feestrede hield, terwijl ’s avonds een oorspronkelijk bijbels toneelspel werd opgevoerd, geassisteerd door de pas opgerichte harmonie van Gestel-Eindhoven. De gebouwen werden toegewijd aan de H. Aloysius en St. Theresia van Lisieux.

Zo verkregen we 3 lokalen voor de Bewaarschool, een vergaderlokaal, een speelzaal voor de bewaarschoolkinderen, een patronaat voor jongens en een parochiehuis.

wijding van de Hl Familiegroep voor het parochiehuis in 1929

’t Chronicum in de hal luidt: QUI Infantes aCCIpIt, Me aCCIpIt DIXIt JesUs (Wie de kinderen ontvangt ontvangt Mij, zei Jesus).

Het Zusterklooster

In Februari van het jaar 1929 begonnen de onderhandelingen met het Bestuur der Zusters van Etten over de vestiging van die Congregatie in onze parochie voor het geven van Lager-, Bewaar- en naaischoolonderwijs. Deze verliepen vlot; wel ’n uitzondering op de regel!

Er moest een klooster worden gebouwd. Weer moest naar ’n bouwterrein worden uitgezien. Als een zeer gunstig terrein voor dit klooster werd uitgekozen hoek Poirtersstraat-van Maerlandstraat tegenover de Meisjesschool. Gedeeltelijk moest dit voor de volle prijs van de Gemeente worden aangekocht; een ander gedeelte werd door de St. Theresia-Stichting afgestaan. Architect was J. Oomens uit Oosterhout.

Aanvankelijk was het plan, om met de grote vacantie van het jaar 1929 de meisjesschool te beginnen, doch de kloosterbouw vergde zoveel tijd, dat de overname der school tot Augustus 1930 moest worden uitgesteld. 22 Augustus 1930 was een heuglijke dag voor de parochie: die dag arriveerden de Zusters en namen bezit van haar nieuw klooster. ’t Waren Zr. Imelda (Eerw. Moeder), Zr. Ignace (hoofd der school), Zr. Fidelia, Zr. Ignatia, Zr. Margaretha (onderwijzeressen voor de Lagere School), Zr. Romana, Zr. Victorine, Zr. Bernadette (voor de Bewaarschool). Verder Zr. Theophile voor de Naaischool en Zr. Hyacinthe voor de huiszorgen. De kapel werd ingezegend en ’t Allerheiligste op plechtige wijze daarheen overgebracht.

In November 1930 werd het klooster in tegenwoordigheid van vele parochianen plechtig ingewijd en de voltooiïng van het klooster met gepaste luister gevierd. Het klooster werd aan de Eerbiedwaardige Dienaar Gods Petrus Donders toegewijd.

’t Chronicum legt het bouwjaar vast: IMItatrICes ferVIDae sItIs VenerabILIs PetrI proteCtoris VestrI CoeLestls In terrls (Weest ijverige navolgsters van de eerbiedwaardige Petrus, uw hemelse Beschermer op aarde).

De Gymnastíekzaal

De Heer H. Bonsel, tot dusverre de architect der kerkelijke gebouwen, werd door zijn drukke bezigheden als Directeur van de Academie voor bouwende en beeldende kunsten aan de R.K. Leergangen, zozeer in beslag genomen, dat hij aan de opgedragen bouwwerken niet die aandacht kon besteden, welke wenselijk was. Het Kerkbestuur meende om die reden van architect te mogen veranderen. Als zijn opvolger werd gekozen de Heer A. J. Kropholler te Wassenaar, de alom bekende bouwmeester van talrijke prachtige werken en kerken.

De Gymnastiek op de Lagere School nam zachtjes aan een voorname plaats in. Nog altijd moesten die lessen op de speelplaats worden gegeven, wat bij slecht weer zijn bezwaren had. Overwogen werd, of het niet mogelijk zou zijn een Gymnastiekzaal te bouwen op kosten van de Gemeente. Het Centraal Bureau te ‘s-Gravenhage werd om advies gevraagd, dat luidde: de Gemeente is niet verplicht, wel gerechtigd. Met dit advies gewapend werd een officiële aanvraag bij de Gemeente ingediend en wonder boven wonder de aanvraag werd na enig geschrijf ingewilligd.

Als anecdote werd in die dagen verteld, dat ’t hoog college van B. en W. zich grotelijks verwonderde, wanneer ’n week voorbijging, dat niet een of andere aanvraag van de Parochie van de Bredase Weg was binnengekomen. Dit echter is ’n fabeltje, een glosse, of moedwillige geschied-vervalsing!

Architect Kropholler kwam, zag en overwon! De plaats was aangewezen: de ruimte tussen de beide scholen. Dan konden beide scholen van de zaal profiteren. Gevraagd werd, om boven de Gymnastiekzaal een bioscoopzaal te ontwerpen; duidelijke tekenen wezen er op, dat de bioscoop een machtig hulpmiddel zou worden bij het lager-onderwijs Het plan, dat ’n paar weken later werd getoond, voldeed schitterend en werd bij de Gemeente ingezonden. ’t Was te duur. Daarop volgde als reactie een voortdurend op-en-neer-geschrijf met het uiteindelijk resultaat, dat het plan werd gereduceerd tot een Gymnastieklokaal met 2 kleine kleedkamertjes van 3 m. breedte, die onmogelijk te gebruiken waren. Het geheel mocht de f 20.000.- niet overschrijden. Om de kleedkamertjes bruikbaar te maken, zijn ze op kosten van de St. Theresia-Stichting vergroot.

Op 3 Juli 1931 had de aanbesteding plaats en de laagste inschrijver was: A. J. Naber, aan wie het werk werd gegund. Het gebouw werd een der meest aantrekkelijke inrichtingen van onze parochie. In ’t begin van het jaar 1932 werd het ingezegend en in gebruik genomen.

Montessori-school, Huishoudschool, Meisjespatronaat, Vergaderzaal

’t Getal der bewaarschool-kinderen was zozeer toegenomen, dat uitbreiding noodzakelijk werd. We konden 200 kinderen in drie lokalen niet onderbrengen. De bestaande naaischool vroeg uitbreiding tot dag- en avondschool en de jeugdorganisatie der meisjes moest over lokaliteiten kunnen beschikken.

Al die noden riepen om een nieuw gebouw. Er werd weer gewogen en overwogen; een begroting werd opgemaakt, welke door de Bisschop werd goedgekeurd. In het vroege voorjaar werd de bouw aangenomen voor f 33.000.- terwijl de nieuwe inventaris op f 10.000.- werd geschat. „St. Theresia” moest een zwaar vrachtje trekken.

In ’t najaar van 1932 was de bouw gereed en op 17 October, op de feestdag van de H. Margarita Maria, onze kerk-patrones, werd het gebouw plechtig ingewijd. In stilte werd gebeden, dat Margarita haar medeheilige Theresia ’n handje wilde helpen, als haar vrachtje te zwaar zou worden!

Met de voltooiing van dit gebouw kregen we de beschikking over twee prachtige lokalen voor het Montessorionderwijs (elk lokaal had ’n grootte van 8 bij 12 m). Elk lokaal kreeg een ruim open terras, terwijl een ruime hal als kleedkamer dienst deed. Boven kwamen we in ’t bezit van een riante naaizaal van 12 bij 8 m en van een meisjespatronaat van gelijke grootte; die twee zalen werden door monica-deuren gescheiden, zodat het kon veranderd worden in één zaal. Verder verkregen we een keuken van ongeveer dezelfde afmetingen voor huishoudschool, waarvan de H. Moeder Anna patrones werd. Haar beeld, een kunststukje van beeldhouwer Van Zijl, werd in de gevel geplaatst. In dit beeld komt de idee der Middeleeuwen tot uitdrukking. St. Anna met drie geslachten: de H. Maagd Maria en Jesus als kinderen op haar armen. En eindelijk kregen we de beschikking over een prachtige vergaderzaal.

Door de verhuizing van de Naaischool naar dit nieuwe gebouw kwam een 4e klas vrij voor de Bewaarschool, die we zozeer nodig hadden. ’t Was een prachtige verbetering! Later, vooral gedurende de oorlog, zou blijken, wat ’n geluk het was, dat dit gebouw tot stand was gekomen.

Het Chronicum in de portiek luidt: S. Anna, UXor JoaChIM, DepreCare pro pUerIs et pUeLLIs In paroChIa (H. Anna, echtgenote van Joachim, bid voor de jongens en meisjes der parochie).

Uitbreiding van Parochiehuis en Bewaarschool (twee bewaarschoolklassen, patronaatskapel en vergaderlokalen)

Nieuwe eisen brachten weer nieuwe zorgen. Het grote aantal bewaarschoolkinderen vroeg voor de zoveelste keer meer lokalen.

Een nieuwe methode van jeugdorganisatie, de K.J.V., eiste kleinere vergaderlokaaltjes en eindelijk reeds lang was uitgezien naar een patronaatskapel voor aparte godsdienstoefeningen, H. Mis, algemene Communie enz. Om aan al die verlangens te voldoen, werd besloten om een verdieping te brengen op het bestaande parochiehuis en patronaat.

Kropholler werd weer in de arm genomen en na de gewone formaliteiten te hebben vervuld werd het werk gegund aan Aannemer Naber voor f 18.000.-.

Het bestaande parochiehuis was opgetrokken met een muur van twee halve stenen. Verkeerde zuinigheid! Nu het gebouw zoveel hoger werd, moest de dikte der muren uit anderhalve steen bestaan. Men was dus verplicht, om één halve steen weg te nemen en te remplaceren door een hele steen. Ook dit bouwwerk was in 1933 voltooid.

Zo kreeg men de beschikking over 6 bewaarschoollokalen, over 2 vergaderlokaaltjes en over een ruime kapel, welke plaats bood aan 120 kinderen. Ook deze uitbreiding werd een zegen voor de parochie.

Het bouwjaar bracht dit chronicum: AeDIfICIa aMpIfICata pUerls, JUVentUtl et InCoLIs pIIs (Deze gebouwen werden uitgebreid voor de kinderen, jeugd en brave parochianen).

Huize „Mariëngaarde”

Laat me beginnen, met enige fragmenten aan te halen uit de toespraak, die gehouden werd bij de plechtige opening van het pension „Huize Mariëngaarde” op 26 Juni 1935. Dan krijgt U in eens ’n duidelijke kijk op ’t gehele geval. Toen werd gezegd.

’t Was in de lentemaand van het jaar 1931, dat ons kerkbestuur een geanimeerde vergadering hield – deze zijn trouwens altijd geanimeerd – waarin het wel en wee van onze parochie werd besproken. Onder het agendapunt: „Wee” werd de vraag gesteld, of ’t niet mogelijk zou zijn de zware schuldenlast der parochie in een versneld tempo af telossen. Wonder boven wonder moest men ’t antwoord schuldig blijven, hetgeen in ons bestuur zelden geschiedt.

Doch niet lang daarna rijpte een plan, welks uitvoering en verwezenlijking U thans voor U ziet.

De oprichting van een modern pension! Er werd gewikt en gewogen, de mogelijkheid van alle kanten bekeken, eindelijk adviezen bij deskundigen ingewonnen en toen deze unaniem gunstig luidden, werden schrijvens gericht naar de hogere machten, wier medewerking en goedkeuring wij nodig hadden, nl. naar het Bisdom en het Dagelijks Bestuur van de Gemeente. En wat opmerkelijk was, reeds daags na ons schrijven kregen we van beide instanties een welwillend antwoord. Onze voorstellen leken vermoedelijk zo aanlokkelijk, dat het oude, beproefde systeem, om er ‘ns ’n nacht over te slapen, blijkbaar voor onze voorstellen niet behoefde gevolgd te worden.

We kregen natuurlijk niet aanstonds het volle fiat, hetgeen we ook niet verwachtten, niet mochten verwachten, doch na de hoge muren der officiële gereserveerdheid gesloopt te hebben, lazen we toch een duidelijke aanmoediging in de geest van: „Ga voort, mijn zoon!”

Toen gebeurde er iets heel lelijks! Het monster der malaise verhief zijn spitse, magere kop; weer werd gewikt en gewogen en ’t slot van ’t liedje was het minder aangename parool der voorzichtigheid: „Wachten!”

De wacht werd betrokken en wat we niet kunnen vergeten en onmenselijk noemen, is wel, dat wij, wachters, eerst na twee jaren werden afgelost. Toch is die wachtpost geen debet-, doch een creditpost geworden! Het plan had immers nu gelegenheid en tijd, om te groeien en te rijpen, zodat we op ’t eind van het jaar 1933 een oogst, „Premier Cru” konden bieden. We hadden nu een vast en geheid plan!

Al die jaren hadden we de gelegenheid, alle pensions te bezoeken van enige betekenis, deze met onze plannen te vergelijken, fouten te noteren, architecten te raadplegen, enfin, dat ons pension algemene lof mag oogsten en geen grote gebreken bij zijn geboorte heeft meegekregen, is te danken aan die overigens zo vermaledijde crisistijd.

Toen dan ook op ’t einde van het jaar 1933 de Bisschop van ‘s-Hertogenbosch de vraag tot ons richtte, of onze plannen doorgingen, konden we fier antwoorden: „Ja, we zijn klaar!” De omstandigheden waren zo ten goede gekeerd, dat het Kerkbestuur eenstemmig de strijdkreet aanhief „Nu of nooit!” Het „Nu” domineerde en het „Nooit!” verdween!

Met voortvarendheid werd nu de zaak aangepakt. In Mei van het jaar 1934 werd het werk opgedragen aan de Firma „Wortel & Buising”; op ’t einde van de maand Juni werden de eerste stenen in de grond gestopt (voor een plechtige eerste-steen-legging hadden we geen tijd !). We troffen een bij uitstek zachte winter, zodat we altijd konden doorwerken. De 1e van Lentemaand 1935 betrad de eerste pensiongast de drempel van deze inrichting in de waardige persoon van de Hoogeerw. Heer Deken Van Riel!

Em Deken van Waalwijk: N van Riel (+1939)

Na deze woorden werd dank gebracht aan Architect Kropholler, door wiens kunstzinnige architectuur een gebouw verkregen werd, dat door compositie en lijn een ieders bewondering afdwong; – aan de Firma ,,Wortel & Buising”, die het gebouw met zo grote voortvarendheid binnen het jaar uit de grond stampte, – aan Mgr. Diepen, die door Zijn Hoge priesterlijk gebed en de consecratie van de kapel Gods onmisbare zegen over dit huis had afgesmeekt; – aan het Gemeentebestuur van Tilburg, van wie alle medewerking mocht ontvangen worden; – aan de Zusters Dochters van O. L. Vrouw van het H. Hart, die de verzorging der pensiongasten op zich hadden genomen; – verder aan alle aanwezigen, die hun belangstelling hadden betoond. En de spreker besloot: Moge onder Gods onmisbare zegen, door de voorbede van de H. Maagd Maria, onder wier bescherming wij dit gebouw hebben gesteld, door de hulp van de H. Rita, de beschermheilige van zovele tijdelijke zaken, die het Bestuur tot patrones verkoos, het doel bereikt worden, dat we ons hebben voorgesteld.

Guitig en geestig besloot Deken Sanders zijn goede wensen met:

„Zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot.”

Moge bewaarheid worden, wat min of meer het doel is van deze inrichting: „Hij heeft gewonnen de zilveren vloot!”

Na deze inleiding kan ik kort zijn

1. Als bouwterrein werd ’t eerst gedacht aan ’t stuk grond aan de Ringbaan, doch door de onwil van de eigenaar kon dit niet worden bemachtigd. Zo belandden we aan het terrein, hoek Burg. Rauppstraat-Burg. Damsstraat, dat ook zeer riant was gelegen. Van meerdere eigenaars werden percelen gekocht; wat we niet nodig hadden, nam de Gemeente over.

2. De eigenares werd de St. Rita-vereniging; de leden waren de leden van het Kerkbestuur. Doch „St. Rita” bleef geheel zelfstandig zonder enige band met het Kerkbestuur.

3. De inwijding van het huis had plaats op de Feestdag van O. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand, 26 Juni 1935, en de Kapel werd bij de consecratie aan Maria, onder die titel vereerd, toegewijd.

4. De eerste vijf jaren van het bestaan boekte men niet dat succes, dat aanvankelijk verhoopt werd, ofschoon het pension in den lande een goede reputatie genoot. Pas in het oorlogsjaar 1940 werd het op vredelievende wijze bestormd door zoveel aanvragen, dat spoedig daaraan niet meer kon worden voldaan.

5. De oorlogsjaren waren voor „Mariëngaarde” bijzonder moeilijk, niet alleen wat de proviandering betreft, doch ook om allerlei verordeningen van de bezetter, die duidelijk wezen op de bedoeling, om eens na te gaan, of in dergelijke inrichtingen niet wat te halen was. Onder zulke omstandigheden werd het nodig geoordeeld, het Bestuur van „Mariëngaarde” geheel te scheiden van het Kerkbestuur, dat als dusdanig in zakelijke aangelegenheden minder krachtig kan optreden. Om deze reden, alsook op advies van de kerkelijke Overheid, werd een nieuw Bestuur gevormd, dat geheel los zou staan van het Kerkbestuur en uitsluitend uit leken zou zijn samengesteld. Dit Bestuur heeft zo volmaakt zijn taak vervuld en zoveel wijsheid getoond bij de vele moeilijkheden die de tijdsomstandigheden en vooral de V1-ramp meebrachten, dat niemand meer het Bestuur van vóór de oorlog terugwenst. Dit bestuur werd gevormd door de Heren: A. Mutsaerts-Kerstens, Voorz. ; J. Weitjens-Janssens, vice-voorz. ; J. Blomjous-de Rooy, secretaris; J. Swagemakers-Eras, penningmeester; L. Enneking-Hoyng, technisch leider. Aan die heren mag hier wel een bijzonder woord van dank worden gebracht voor het vele en moeilijke werk, dat door hen op zo belangeloze wijze werd en wordt verricht. Het Rectoraat van „Huize Mariëngaarde” werd waargenomen door Emeritus-Deken Nicolaas van Riel 1935-1939 (ï 20 Juni 1939). Emeritus Seminarie-President Mgr. Alexander Sweens 1940-1945 (+2 Febr. 1945). Emeritus-Rector A. C. A. Gerris 1945-1946 (+10 April 1946). Emeritus-Pastoor Verschure 1946. Ook aan de Zusters, die de pensiongasten verzorgden, mag een woord van lof niet worden onthouden. Bijzondere verdiensten verwierf, vooral in de oorlogsjaren, Zuster Antonita, de Directrice, die ons helaas te vroeg verliet en nu tot Provinciaal Overste is gepromoveerd. De rampen der oorlogsjaren vertellen we in Hoofdstuk III. Het Chronicum in de hal legt het bouwjaar vast: PaX hUIC DOMUI aC saLUs InCoLIs eJUs. Vrede aan dit huis en heil, die het bewonen. (Met ’n kleine variant is ’t de heilbede van Christus en de Kerk).

E Swagemakers, kerkregent (1928-1932)

Huizen voor ’t Kerkpersoneel

In 1930 werd een huis aangekocht in de Thom. van Kempenstraat 23 als kosterswoning, dat zeer gunstig is gelegen, verder een stokerswoning in de Akkerstraat 162 en een conciërgewoning vlak bij het parochiehuis in de Van Maerlandstraat 1.

De patroonheiligen

Elk der gebouwen kreeg een patroonheiligen, zodat we nu over veel voorsprekers in de hemel kunnen beschikken

De kerk met pastorie kreeg de H. Margarita Maria. 1922. Dit werd vastgelegd in een chronicum in de pastorie: S. MargarIta, sUCCUrre popULo tUo eLeCto Del. (H. Margarita bescherm uw uitverkoren volk Gods).

Het kerkkoor verkoos de H. Caecilia.

De meisjesschool de H. Margarita Maria.

De jongensschool de H. Thomas.

Het complex bewaarschool, parochiehuis enz. de H. Theresia van Lisieux. (beeld in gevel, gemaakt door parochiaan G. Bourgonjon).

Het jongenspatronaat de H. Aloysius (beeld in gevel, ook van Bourgonjon).

De Huishoudschool de H. Moeder Anna (beeld in gevel, vervaardigd door Van Zijl).

Het Broedersklooster de H. Petrus Canisius.

Het Zustersklooster Pater Petrus Donders.

Het bestuur van Huize ,,Mariëngaarde” de H. Rita van Nursia.

Het gebouw van Huize „Mariëngaarde” de H. Maagd Maria (beeld in gevel, vervaardigd door Van Zijl).

De vrouwelijke heiligen voeren hier wel de boventoon, die aan vrouwen toekomt!

De Verenigingen

De Parochie vertelt verder:

Een van de machtigste middelen, om het godsdienstig leven te bevorderen, een oprechte liefde voor Christus’ Kerk aan te kweken, en het parochieleven te versterken, is de vereniging, waarbij bepaalde mensengroepen bij elkaar worden gebracht, om deze te vormen tot karaktervolle katholieken, die we in onze tijd zo nodig hebben. De invloed, die van een vereniging uitgaat, mag niet worden onderschat.

Daarom werd ik omgeven, van de beginne af, door tal van wakkere lakeien: de verenigingen. De verenigingen zijn velerlei. Ik verdeel ze in

1. Godsdienstige verenigingen;
2. Missie-genootschappen;
3. Sociale verenigingen met godsdienstige inslag;
4. Sport- en jeugdverenigingen;
5. Amusementsverenigingen op Katholieke grondslag.

Godsdienstige Verenigingen

a. De St. Pieterspenning (1923). Deze roept de liefde op voor de Paus en zet deze in daden om. Elke communicant beschouwt ’t als een plicht, om jaarlijks de Vader der Christenheid de kleine gift van 12 cent te schenken, daarmee het heilig contract nakomende, dat onze vrome voorouders hebben gesloten, toen de Paus in het jaar 1870 de kerkelijke Staat wederrechtelijk werd ontroofd en Z. H. daardoor alle inkomsten moest missen. Hoe jammer, dat zovele Katholieken ’t woord van Schaepman niet meer begrijpen: „Een aalmoes voor de Paus!” en onverschillig dat liefdewerk voorbij gaan!

b. De Broederschap van de H. Margarita Maria (1923), waaraan is verbonden „De Intronisatie” en „’t Heilig Uur”. Doel der Broederschap is de bevordering van de H. Hartdevotie, welke ’t H. Hart bij de verschijningen aan onze Kerkpatroons, de H. Margarita Maria, in ’t belang der mensheid met zoveel kracht aanbeval en met tal van gunsten bezegelde, die we „De 12 beloften” noemen, o.a. de rijkste zegen voor het huisgezin en de zekerheid van ons hemelgeluk, als we op 9 op elkaar volgende 1e Vrijdagen communiceren. De Broederschap is niet zuiver parochieel en neemt ook leden aan in en buiten Tilburg. Hulde en dank ook aan die zelatricen voor het vele werk, verricht ter ere der H. Margarita Maria. De Intronisatie is de liefdesuiting tot Jezus’ goddelijk Hart, ook door de H. Margarita Maria hoogstens aanbevolen, waarbij het gezin ’t H. Hart door ’n beeld als Familielid opneemt; hieraan zijn bijzondere voorrechten verbonden. ’t H. Uur, de heilige oefening, waarbij men op Donderdagavond vóór de 1e Vrijdag een uur zich verenigt met het H. Hart om zijn bekende klacht: „Kunt ge dan niet één uur met Mij waken?” te niet te doen. Deze gebedsoefening beveelt de H. Margarita Maria ook ten zeerste aan; de Pausen hebben ze met ’n schat van aflaten verrijkt. ’t H. Uur heeft daarom zo hoge waarde, omdat het een ereboete is aan ’t H. Hart, waarnaar Hij voortdurend vraagt. Jarenlang hebben we ’t H. Uur gezamenlijk gehouden in de schitterende Kapel van ’t H. Hart, aan onze kerk verbonden. In 1939 is dit uitgegroeid tot „’t H. Uur voor gehuwde vrouwen”. Hoe jammer, dat zo weinig moeders die godsdienstige oefening trouw bleven

c. De H. Familie (1923). De Catechismus zegt, dat we behalve door de H. Mis ook door andere godsdienstige oefeningen de Zondag moeten heiligen. Hiervoor werd de mannenvereniging van de H. Familie opgericht; deze is ’n zegen geworden voor vele parochies, ook in onze parochie, doch helaas, de laatste tijd heeft de H. Familie, die zoveel goeds kan uitwerken, een kwijnend bestaan! Bij de oprichting telde de H. Familie ongeveer 150 leden.

d. De Maria-Congregatie met St. Anna-vereniging. (1923). De eerste was bedoeld voor de jonge dochters, de tweede voor gehuwde vrouwen. Het doel dezer vereniging is de bevordering van de Mariaverering naast de heiliging van de Zondag. Bij haar oprichting verkreeg ze 250 leden. Ze had haar ups en downs en heeft veel bijgedragen tot bevordering der Mariaverering, welke voor ’n echt godsdienstig leven zozeer nodig is. Uit haar kwam een schaar zelatricen voort die voor de versiering van ’t Mariabeeld zorgde met Mei en Kerstmis en verder alle goede zaken steunde. Alle jaren hadden we onze gezellige feestavond. Ook mag hier met ere vermeld worden de zangeressen-aldeling, die al de jaren van af 1923 zeer verdienstelijk werk heeft geleverd.

e. Het Kerkbestuur. (1921). Volgens „De reglementen op de Kerkgenootschappen” moeten de leden gekozen worden uit de meest achtenswaardige manslieden der Parochie en hebben tot taak het financieel beheer te voeren van de Kerkfabriek. Dat zulks met wijsheid en beleid is geschied, blijkt wel uit de resultaten, die in die vijf en twintig jaren zijn behaald. Alleen de Voorzitter en de Penningmeester hebben van af het begin hun functie bekleed. Zij vieren dus hun zilveren jubilé en wij leggen onze gelukwensen aan hun voet.In de stichtingsbrief der parochie werden de eerste kerkregenten genoemd. Met eerbiedige piëteit worden hier herdacht de kerkregenten die in deze kwarteeuw de strijdende kerk verlieten, om op te gaan naar de triomferende, nl. de Heren: Joannes Van Roessel (T 8 April 1920, Dr. H. Moller (T 6 December 1940) en Jos. Janssen (T 9 December 1945). Verder vestigden de Heren Eug. Swagemakers (in 1932) en Mr. Dr. F. Vonk de Both (in 1939) zich buiten Tilburg; daarmee verloren zij het lidmaatschap. In plaats van de Heer J. v. Roessel werd de Heer Eug. Swagemakers benoemd in 1928. In plaats van de Heer Swagemakers werd de Heer Dr. H. Moller benoemd in 1932. In plaats van de Heer Mr. Dr. F. Vonk de Both werd de Heer J. Straeter benoemd in 1939. In plaats van de Heer Dr. H. Moller werd de Heer W. Mutsaers benoemd in 1941. In plaats van de Heer Jos. Janssen werd de Heer W. Sars benoemd in Maart 1946.

f. Het Kerkkoor. (1922). Dit behoort tot de oudste verenigingen; het werd in de maand November 1922 in de pas klaar gestoomde pastorie opgericht. Wat van het koor ook moge gezegd worden, het heeft zeer belangrijk bijgedragen tot de stichtende viering van de H. Geheimen. Het is klein begonnen. De groei is steeds crescendo gegaan vooral sinds de Heer Van Luyk – ik meen in ’t jaar 1930 – de dirigeerstok van ons koor ter hand nam. Hij wist ons koor op te voeren tot een der beste kerkkoren onzer stad. Zeker, zoals bij elk mensenwerk zijn feilen aan te wijzen (de Gregoriaanse zang kreeg nog niet die sympathie welke hij verdient), doch dit neemt niet weg, dat het bij ons jubilé een bijzonder woord van dank verdient van de gehele parochie. Twee harer leden (de Heren A. Wijman en F. van Rijswijk) zijn de enige, die tot de oprichters van ons koor behoorden en vieren dus met de parochie het zilveren jubilé. Onze Directeur zingt, zoals we vernamen, reeds veertig jaren op het koor. We brengen deze heren van harte onze gelukwensen!

g. College van collectanten. (1923). Hun taak is wel prozaïsch, doch het doel is verheven. Ze zorgen voor het onderhoud der kerk en brengen hulp aan tal van godsdienstige instellingen. Met lof mag hier hun werk worden vermeld, ofschoon hun bestaan niet geheel vlekkeloos is: ’t gebeurde nu en dan, dat er een lid tot schade van de kerk niet verscheen, doch dat behoorde tot de uitzonderingen. Het college is in 1943 tot een volmaakte organisatie uitgegroeid en geniet een waardig bestaan.

h. College van misdienaars. (1922 en 1930. Ook deze mogen bij ons feest wel worden bedacht! Wat een godsdienstijver is van hen uitgegaan, wat ’n stichting meermalen! Hoeveel roepingen tot het kloosterleven en priesterschap zijn hier gerijpt en tot wasdom gekomen! Hoeveel goede huisvaders hier gevormd! ’t Misdienaarschap mag als ’n bijzondere uitverkiezing beschouwd worden; ze zijn de levieten in ’t Nieuw Verbond. De Kapelaans en de Broeders, met Br. Vivinus aan ’t hoofd, hebben heel wat tijd geofferd, om onze jongens voor te bereiden voor het heilig dienstwerk. In 1937 werd hun taak versterkt door de zogenaamde „Grote Misdienaars”, volwassen jongelui, die de voornaamheid van ’t werk beter begrijpen en zo de parochianen nog meer stichten. Moge dat blijvend zijn.

i. Erewacht van ’t heilig Sacrament. (1923). Oudsher werd het genoemd „De venerabele Gilde” of „De Confratrie”. ’t Doel dezer vereniging is, om bij processies van ’t H. Sacrament dit eerbiedig te begeleiden met licht, lantaarn of kaars. Steeds werd dit door de gelovigen als een verheven eretaak opgevat. Hoe jammer dat die eenvoudige, godsdienstige geest onzer voorvaderen is verslapt, misschien verloren gegaan! Velen beschouwen dit werk als iets aanstellerigs en komen niet opdagen, ondanks een herhaald verzoek. Moge die echt katholieke overtuiging weer gaan spreken en zich omzetten in deze heilrijke daad!

j. Altaarwacht. In 1928 werd deze vereniging opgericht. noel is de bevordering van het dagelijks of meermalen in de week. bijwonen der H. Mis en ’t ontvangen van de H. Communie. Men verplicht zich daartoe op erewoord. Ook deze vereniging heeft haar heilzaam werk verricht, doch die eeuwige verslapping deed ook hier haar rechten gelden.

k. Sacramentsvereniging. (1923). Deze is gevestigd in de Parochiekerk van de Gasthuisstraat en vraagt de leden naast de verering van ’t H. Sacrament een jaarlijkse gift voor de altaarparamenten in de armere kerken. Vele parochianen werden hiervan lid. Ook wij werden vele jaren bedacht met tal van kunstzinnige priestergewaden. Wij brengen bij dit jubilé oprechte dank.

l. Kerkenbouw.

m. Comité van kerkversiering. Bij de opening van de Montessorischool op 1’7 Oct. 1932 kwam het idee naar voren, om een Comité te vormen met de opdracht, dat aan alle parochianen een jaarlijkse som zou worden gevraagd voor de versiering der kerk. Dit Comité heeft jaren van bloei gekend en jaren van zodanige depressie, dat de dood scheen ingetreden. Het eerste werk, dat tot stand kwam, was het leggen van een nieuwe vloer in de kerk (1934) en de schildering van Triomfboog met priesterkoor (1936). Na enige onderlinge strijd werd dit werk aan de Kunstschilder Piet Gerris van de H. Landstichting toevertrouwd, die zich op voortreffelijke wijze van zijn taak kweet. Om strijd wordt zijn werk geroemd. Na de totstandkoming van dit werk kwam de jarenlange inzinking van ons Comité, dat tot ’n nieuw leven werd gewekt, toen het kerkorgel moest worden aangekocht. Dat vertellen we in ’t volgend hoofdstuk.

n. Retraite-penning. (1924). De retraite is ’n machtig, zo niet noodzakelijk middel, om toe te nemen in heiligheid en volmaaktheid. De weldaad ener gesloten retraite is buitengewoon groot. Om die weldaad aan velen te schenken, die de kosten ener retraite niet kunnen dragen, werd de retraite-penning in ’t leven geroepen, waarbij de leden wekelijks 2 cent offeren. De meeste parochianen werden lid, is ’t niet voor zich zelf, dan voor de armere medeparochianen, kinderen van hetzelfde gezin.

o. Eucharistische kruistocht. (1925). Deze is een der schoonste verenigingen, welke in de loop van deze 25 jaren tot stand kwamen. ’t Was meer een beweging, dan een vereniging. Onze jonge mannen en meisjes werden getraind in de zelfbeheersing en zelfverloochening, nog altijd de grote en noodzakelijke deugden, die ons vormen tot degelijke Katholieken. Die zelfbeheersing werd aangeleerd en verkregen door de voortdurende beleving van de H. Eucharistie. Daarop werd gewezen in geschriften en op de vergaderingen, die op gezette tijden werden gehouden. ’t Is nog altijd te bejammeren, dat de Eucharistische Kruistocht zachtjes aan op de achtergrond raakte bij ’t opkomen van de Katholieke Actie. De Broeders en Zusters hebben in deze grote verdiensten.

p. Lekenapostolaat en Credo-Pugno. (1931). Door de Werkliedenvereniging werden deze organisaties in ’t leven geroepen. Deze hebben zeer zeker grote verdiensten, ze timmeren niet aan de weg en in zoverre is het succes van hun werk aan God alleen bekend.

q. Katholieke Actie. (1933 en vlg.). Ik zeide reeds, dat de K. A. de Eucharistische Kruistocht is opgevolgd. ’t Doel komt veel overeen. ’t Is n.l. de zelfheiliging; deze breekt naar buiten en wil ook anderen deelgenoot maken aan het geluk, dat in die zelfheiliging is gelegen. De organisatie is tot in de puntjes uitgewerkt en wil alle parochiële verenigingen in haar program betrekken. ’t Zal vermoedelijk nog wat tijd nodig hebben, vooraleer de volmaakte vorm is bereikt. Doch met Gods hulp komen we er wel!

r. Altaarwacht of voortdurende aanbidding van Jesus in Zijn H. Sacrament. (1938). De gedachte van K. A. afd. Meisjes, om Jesus gedurende de dag nooit alleen te laten in Zijn H. Sacrament, was aanleiding tot de oproep, aan alle parochianen gericht, om wekelijks ’n half uurtje te komen bidden in de kerk; dat half uurtje werd door ’t bestuur aangewezen. Buiten alle verwachting was het succes daverend. Honderden gaven zich op; elk half uurtje zou 7 à 8 aanbidders tellen in de parochiekerk. Een grote lijst met de namen en aangewezen biduren werd achter in de kerk opgehangen. De aanbidding begon met heilige devotie, na ’n half jaar was de helft der aanbidders hun belofte vergeten en na ’n jaar was er nog ’n enkeling, die trouw was gebleven en thans denkt er schier niemand meer aan! Een typisch voorbeeld der Brabantse onstandvastigheid !

s. Priester-Zaterdag. (1939). De priesters, die ook mensen zijn en meer dan ooit aan grote gevaren zijn blootgesteld, hebben bij hun verheven taak het gebed nodig der gelovigen. De bedoeling is, dat zij op die dag vooral zich van die plicht kwijten en tevens voor de priesters die dag met al ’t lijden en offers aanbieden aan de Hogepriester Jesus Christus. Om dat idee levendig te houden wordt op de Zaterdag, die volgt op de Eerste Vrijdag, een gezongen H. Mis gecelebreerd ter ere van de Hogepriester Jesus Christus en het bekende gebed gebeden. Woon die H. Mis zoveel mogelijk bij !

t. De devotiedag ter ere van het Onbevlekte Hart van Maria. (1944). Z. H. Paus Pius XII heeft de H. Kerk toegewijd aan het H. Hart van Maria en is daartoe overgegaan op instigatie van de H. Maagd, die dat verlangen uitsprak bij haar verschijning te Fatima. Ook werd op Maria’s verlangen de Zaterdag na de le Vrijdag bepaald als een dag van bijzondere devotie ter ere van het Onbevlekte Hart van Maria. Niet mag hierbij worden vergeten, dat Maria bijzondere gunsten toezei aan degenen, die het Rozenhoedje dagelijks zouden bidden, o.a. de genade der eindvolharding! Och, mochten alle parochianen begrijpen, dat dit oud Brabants gebruik in ere moet blijven! Tegenwoordig valt priester-Zaterdag samen met de viering van het Onbevlekte Hart van Maria, een tweede reden, om die dag de H. Mis bij te wonen!

u. De Broederschappen van het Scapulier. Deze zijn die van de H. Drievuldigheid, van hei lijden van Christus, O. L. Vr. van de Berg Carmel, van de Onbevlekte Ontvangenis en van de Zeven Smarten. Met grote plechtigheid worden die de kinderen op de dag der le H. Communie opgelegd en dan vervangen door een scapuliermedaille. Groot zijn de voorrechten, welke daaraan zijn verbonden. Zorgen we toch, dat wij ze zelf dragen en ook dat onze kinderen ze nooit afleggen. Onze eeuwige zaligheid kan er van afhangen.

v. Apostolaat des gebeds. (1946). Door dit lidmaatschap verbinden wij ons te bidden en al onze werken van die dag op te offeren voor de intenties, die de Paus maandelijks aangeeft.

Missiegenootschappen en missieactie

Ons H. Geloof, de grootste weldaad Gods, werd ons niet gegeven alleen voor ons zelf. Wij allen moeten met de grote wereld-missionering mee werken, ieder in zijn stand en levensomstandigheden.

De H. Kerk geeft daarbij leiding en heeft tal van missiegenootschappen in het leven geroepen, die we alle moeten steunen. Daarnaast ontmoeten we tal van missieacties, die wij ook niet over ’t hoofd mogen zien. Beide soorten van missieacties werden in de parochie opgericht

a. Het genootschap van de voortplanting van het H. Geloof. (1923). Het lid betaalt zo mogelijk 2 1/2 cent per week en bidt dagelijks een Onze Vader en een Wees Gegroet met het schietgebed: „H. Franciscus Xaverius, bid voor ons!” Niemand mag zich aan die plicht onttrekken. De gelden worden verdeeld door de Paus naar de behoeften van elk missieland.

b. St. Petrus’ Liefdewerk. (1926). De vorming van een inlandse Geestelijkheid is de eerste plicht na de kerstening van een bepaald land. Om tot deze voltooiing van de missionering te geraken, moeten grote sommen worden besteed, bijv. het bouwen van Seminaries, het onderhoud der seminaristen enz. Welnu het St. Petrus’ Liefdewerk vraagt ons 1 cent per week en dagelijks een „Onze Vader”. We moeten er ’n eer in stellen ook dat werk te steunen.

c. De H. Kindsheid. (1926). Ook onze kinderen moeten meedoen aan missieacties. Van af hun prille jeugd moeten ze lid zijn van De Kindsheid. Zij offeren 2 1/2 cent per maand en bidden dagelijks een Wees Gegroet met het gebed : „H. Maagd, bid voor ons en voor de arme heiden-kinderen!”

d. Missievereniging „Petrus Donders”. (1937). ’n Sympathiek doel streeft dit na : ’t wil gelden bijeen brengen, om Tilburgse jongens, die iets voelen voor het missioneringwerk, in welke vorm ook, geldelijk te steunen bij hun opleiding. Ook onze parochianen hebben met liefde tot dit doel bijgedragen gedurende deze vijf en twintig jaren.

e. Koloniale missiën. (1925). Dat woord „koloniale” heeft ’n slechte klank gekregen. Thans moeten we spreken van Indische missiën. U begrijpt me. In de komende jaren moet die missie vooral gesteund worden, nu zoveel door de oorlog is vernield.

f. Missie van „Rooms Leven”. (1922). U kent de zwarte negerkop, die binnentreedt, als U feest viert. Weiger hem de missiegift niet, als in uw huisgezin vreugde heerst. Ook zonder negerkop is uw gift voor de missie bij de kapelaan, die voor de missieacties van „Rooms Leven” staat, van harte welkom!

g. Missienaaikring. (1926). Onder leiding van Mej. Damen heeft die bijzondere verdiensten verworven.

h. Het liefdewerk der Hereniging (1930) tot bekering der schismatieken.

Sociale verenigingen met godsdienstige inslag

Ook deze moeten hier vermeld worden, omdat zij zoveel hebben bijgedragen voor de godsdienstige vooruitgang.

a. De Sint Vincentius’ vereniging. Reeds in ’t eerste jaar van mijn bestaan werd gedacht aan de oprichting dezer vereniging, omdat men overtuigd was, dat zonder de St, Vinc. Vereniging een parochie niet die vruchten van naastenliefde, ’n hoofdpilaar van het Christendom, zou afwerpen, welke verwacht mochten worden. Ook voor de leden zelf is zij van betekenis, omdat haar hoofddoel nog altijd is : de zelfheiliging. Op 1 October 1923 werd bij de pastoor een vergadering gehouden van afgevaardigden van de Bijzondere Raad, om deze aangelegenheid te bespreken en die vergadering werd gevolgd door een bijeenkomst bij Pastoor Eras te St. Anna, waar definitief werd vastgesteld, om voor beide parochies Bredase Weg en St. Anna één conferentie samen te stellen, waarvan de Heer Ant. van Rijen de president zou zijn. De heren onzer parochie die toetraden, waren: J. van Roessel, Eugène Swagemakers, Jos. Straeter, J. Toussaint, G. Bourgonjon en J. Ruygvoorn. De eerste vergadering had plaats op 3 Januari 1924. Op ’t eind van 1933 voelden wij zoveel zelfstandigheid, dat werd gevraagd aan deze min of meer gedwongen oplossing een einde te maken. In de grootst mogelijke harmonie en broederlijke liefde en wederzijdse dankbaarheid werd afscheid genomen en de eerste vergadering van de zelfstandige conferentie van de Bredase Weg werd gehouden op 13 Januari 1934. Ontzettend veel heeft de Sint Vincentius-Vereniging voor de Parochie gedaan. We kunnen haar niet genoeg onze erkentelijkheid betuigen. Wat het worden zal in de toekomst, weten we niet; doch de tekenen, die wijzen op ’n streven naar ’n verjongingskuur, zijn thans meer bepaald, nu de Bisschoppen een „commissie ad hoc” hebben aangesteld.

b. De Sint Elisabeth’s Vereniging. St. Elisabeth is ’n zusje van St. Vincentius, geestelijker-wijze gesproken natuurlijk. Beide streven naar eigen vervolmaking. Het verschil bestaat hierin, dat St. Vincentius invloed tracht te verkrijgen op de geestelijke belangen van de arme gezinnen, door een aalmoes bij elke nood, en St. Elisabeth datzelfde wil bereiken door zich het lot aan te trekken van de moeders en toekomstige moeders en haar kinderen. Deze vereniging werd gesticht op 13 Febr. van het jaar 1924 en de eerste leden waren: Mevr. Swagemakers-Reynders, Mevr. Swagemakers-Bogaers, Mevr. Ruygvoorn, Mevr. Grielis, Mevr. Horbach, die allen naar elders zijn verhuisd, en verder Mevr. W. Straeter, Mevr. J. Goyaerts, Mevr. C. Hofland en Mej. D. Sars. Ook deze vereniging heeft hare hoge verdiensten en heeft vreugde gebracht in menig gezin met Kerstmis en St. Nicolaas en le H. Communie.

c. Werklieden-organisatie. Zodra wij beschikten over een lokaal, werden op gezette tijden vergaderingen gehouden van de parochiële sectie. ’t Eerste vergaderlokaal was ’n klas van de jongensschool, welke vrij kwam in het voorjaar van 1925, toen de Broeders hun eigen klooster gingen bewonen. Later nam zij haar intrek in het parochiehuis. Veel goeds is ook daarvan uitgegaan.

d. De Familiekring. In 1929 namen enige leden der H. Familie het besluit, om in ’t parochiehuis ’n soort sociëteit op te richten in de geest van de eertijds in Korvel bestaande „Korvelse Kring”. Het succes was groot en de Kring heeft jaren lang bestaan; de oorlog maakte er ’n eind aan, dat zeer zeker te bejammeren is. Twee biljarten werden aangekocht, druk werd er gekaart, concoursen werden uitgeschreven en zo al meer. Er heerste steeds ’n aangename sfeer! Bij ’t eerste jaarfeest werd ’n H. Familiebeeld geplaatst in de voortuin van het Parochiehuis. In 1939 werd het 10-jarig bestaan met veel luister gevierd. ’t Doel van de Familiekring werd aldus omschreven: om de bloei van de H. Familie te verhogen en de broeder-band tussen de leden te versterken”. Of ’t eerste is bereikt, kan worden betwijfeld.

e. Radboud-stichting. (1923). De Universiteit van Nijmegen moet worden onderhouden en met de medische Faculteit worden uitgebreid. Daarvoor werd ook ’n comité hier opgericht, dat heel trouw de toegezegde giften bij de donateurs ophaalt en afdraagt.

f. Het Kruisverbond. (Oct. 1925). Ondanks de ijver van de Bestuursleden heeft deze organisatie weinig succes te boeken, tot zij helaas de slaap der rechtvaardigen is ingegaan, al vóór de Moffen kwamen.

g. De Maria-Vereniging. (Dec. 1925). Wat ’t Kruisverbond was voor de mannen (zich onthouden van alle sterke dranken), was de Maria-vereniging voor de vrouwen. Daaraan was een toneel-gezelschap van dames verbonden, dat zeer verdienstelijk speelde onder regie van de Heer Aug. van Boxtel. Bij alle uitvoeringen was elke plaats bezet; de leden betaalden met graagte ’t dubbeltje contributie, dat recht gaf op gratis entrée bij uitvoeringen. De zaak zelf, de drankbestrijding, werd meestal over ’t hoofd gezien. Zo heeft ieder z’n kijk op ’t leven!

h. Gezinsverzorging. Moeder is ziek, kan ’t huishouden niet waarnemen. In die omstandigheden is hulp zo nodig. Die hulp is niet te krijgen. Vader is vol zorg, wordt bijna wanhopig onder ’t geval. Er is nog iemand, die hulp kan en wil en zal bieden: ’t actieve lid van Gezins- of huisverzorging. Dit instituut is in 1942 gesticht door de K.A. afd. Jonge meisjes. Het voorziet in een ernstig tekort van onze liefdadigheid. Het heeft heerlijk werk verricht en doet zulks nog.

i. Film-actie. Om de productie van goede filmen te bevorderen en de gelovigen van slechte filmen te weren, is deze vereniging .opgericht in het jaar 1937. We wensen haar alle succes toe.

j. Katholiek Thuisfront. Nu zoveel onzer mannen en jongens naar Indië zijn vertrokken, wil deze vereniging de band vormen tussen hen en ons. Die band wordt verkregen door geschriften, brieven, pakketten, doch vooral door het gezamenlijk gebed. Daarom wordt in de kerk veel voor hen gebeden en de H. Mis opgedragen, doch ’t huisgezin mag zich aan die plicht niet onttrekken.

Jeugdverenigingen en sportverenigingen

Jeugdverenigingen brengen leven in de brouwerij en zijn allen sympathiek. ’t Zijn meermalen eendags-vlinders. Ze verschijnen, om dra plaats te maken voor een andere, die, naar men meent, het goede beter en zekerder zal bereiken. Zo kunnen we ook op tal van jeugdorganisaties wijzen, die hier hebben gebloeid:

a. Het jongenspatronaat. Na de bouw van het patronaatshuis in 1927 heeft deze vorm van jeugdverzorging jaren lang bestaan; ongetwijfeld heeft het vele vruchten afgeworpen. Met genoegen denken we terug aan deze tijd.

b. Meisjespatronaat. Dit was op dezelfde geest geschoeid, als het jongenspatronaat. Het is begonnen in 1932 na de bouw van de Montessorischool, waarboven de meisjes-patronaats-zaal was opgetrokken. Onder de leiding der Zusters (Zuster Marcella mag hier met ere genoemd worden) is ook hierdoor veel goeds bereikt.

c. Verkenners, Voortrekkers, Welpen en Kabouters. Deze organisatie is begonnen in het jaar 1933. Wel werd het door de Duitsers opgeheven, doch bleef praktisch voortbestaan onder andere benamingen. Na de oorlog is dit systeem „het systeem” geworden van jeugdorganisatie en verheugt zich thans in een grote bloei.

d. Gildenmeisjes. In 1937 werd het meisjespatronaat opgeheven en omgezet in de organisatie der Gidsen. ’t Ligt in de natuur van het vrouwelijk geslacht, de man na te volgen in zijn doen en laten. Dat zien we in ’t groot, doch evenzeer in ’t klein. Ook deze vereniging kwam tot grote bloei en bereikt veel goeds.

e. Jonge Wacht. Deze vereniging had aller sympathie en is lange tijd het troetelkind van Br. Paulo geweest. Het werd opgericht in 1937, werd door de Duitsers niet ontbonden, omdat zij het bestaan niet kenden. Gewoon bleven ze doorgaan, tot het jaar 1945 kwam en grotere machten dwingende bepalingen maakten en de Jonge Wacht werd omgezet in de Verkenners-beweging, welke steeds tot grotere uitbreiding komt. Veel goeds hebben we te danken aan dit jeugdwerk.

f. Jeugd penning. De jeugdorganisaties vroeg zoveel geld, dat naar een bron van inkomsten moest worden uitgezien. En zo kwam in 1938 de jeugdpenning tot stand, waarbij aan alle parochianen ’n kleine jaarlijkse gift werd gevraagd, om alle jeugdverenigingen van de nodige contanten te voorzien. Deze bestaat nog, doch zoals het met veel dingen gaat in de wereld, de fut is er uit !

g. De Sportvereniging „Sarto”. In 1925 was de Eucharistische Kruistocht opgericht. Hij bloeide zichtbaar. Om die bloei te verhogen richtte de ijverige Broeder Vivinus een voetbalvereniging op voor de Kruistochters en omdat deze beweging tot doel had het streven van Paus Pius X, de dagelijkse en veelvuldige H. Communie, te steunen, noemde hij de voetbalvereniging naar de burgerlijke naam van de Paus „SARTO”. De voetbalvereniging was dus aanvankelijk een zekere vorm van jeugdorganisaties met een edel doel. Men huurde een voetbal-terrein aan de Schaapstraat, dat wel niet de internationale afmetingen had, doch voor het doel, alleszins voldeed. Dat was in 1925. In 1930 werd dit belangrijk uitgebreid. Kleedkamers werden door de Broeders met eigen hand gebouwd. Het werd geheel gemoderniseerd. Ook andere soorten van sport zouden er worden beoefend. ’t Werd een volslagen sportveld. Op Zondag 17 Januari werd het door de Pastoor plechtig ingewijd en Kapelaan Verwiel, de adviseur deed de aftrap. Intussen was „Sarto” tot een volslagen voetbalvereniging uitgegroeid en na de bouw van de Gymnastiekzaal in 1931 werd ook gymnastiek gegeven aan volwassenen (de kleine Sarto-jongens waren volwassen mannen geworden!) en jongeren, aan dames en meisjes. In 1935 was het terrein al weer te klein geworden; ’t was ook niet gunstig gelegen. Men wilde meer aan de weg timmeren; men legde beslag op een terrein aan de Bredase Weg, waarvan Kap. Custers en Br. Justus de promotors waren. Daar werden prachtige kleedkamers gebouwd en later werd het voorzien van een tribune. Het oorspronkelijke plan is nog enigszins behouden gebleven : het telt nog tal van junioren, die voetballend de jeugd-opvoeding ontvangen. „Variis modis bene fit”, zeiden de ouden. Het goede kan op verscheidene wijzen bereikt worden.

Kapelaan L Custers (werkzaam 1933-1937)

Amusementsverenigingen

Het Brabants volksleven vraagt ook amusement. Dus ook de parochie. Daartoe behoren:

a. De damestoneelvereniging, die ik reeds noemde bij de Maria-vereniging.

b. Toneel-vereniging „St. Thomas”. Deze is het beroemde ensemble van Br. Paulo. Gedurende al de jaren, dat we over een toneelzaal beschikken, gaf hij zeer verdienstelijke uitvoeringen, die geweldig veel publiek trokken. Ja, vóór we over een zaal de beschikking hadden, werden zelfs door hem uitvoeringen gegeven in de gang van de school. Ook voor openluchtspelen was hij te vinden. In de regenachtige zomer van 1936 speelde hij met grote scha (tengevolge van de regen) het geweldige spel „Cenodoxus” in de tuin van de Heer Straeter en in het jaar 1937 het beroemde spel „Petrus Donders”, dat door heel Brabant werd gezien en genoten om het fijne spel en devote strekking. Zijn streven was steeds, de schooljongens bij het spel te betrekken, omdat hij wist, dat toneelspel zeer ontwikkelend werkt op de jeugd. ’n Bijzonder woord van dank mag hier aan Br. Paulo niet worden onthouden !

c. Bioscoop en Skiopticon. In 1932 werd een bioscoop „Rural” van Pathé te Parijs door bemiddeling van de Katholieke Actie van Leiden aangekocht, alsmede een projectielantaarn. Ook deze instrumenten, welke eerst in de toneelzaal, later in de Gymnastiekzaal hun uitvoeringen gaven, hebben heel wat parochianen een blijde avond bezorgd. De oorlog maakte hieraan een einde.

d. Toneel-vereniging „’t Westend”. Ofschoon haar uitvoeringen niet zo frequent voorkwamen, mogen ze toch met ere herdacht worden!

e. Comité voor een parochiële kinderspeeltuin. Vijf en twintig jaren lang werd uitgezien naar een speeltuin voor onze jeugd. Zowel om de moeilijkheid, een geschikt terrein te vinden, als om de hoge kosten, die daaraan zijn verbonden, is men tot heden nog niet geslaagd. Wel is er een „comité ad hoc” samengesteld in het jaar 1942, doch dit studeert nog steeds verder, tot heden zonder resultaat ; althans we hebben nog niets dienaangaande vernomen.

Belangrijke gebeurtenissen en versieringen der kerk

De Parochie zet haar verhaal voort:

De godsdienstige geest, die door de school, de vereniging en krachtig parochieleven is gekweekt, wil naar buiten; hij wil manifesteren en zich opdringen aan anderen. „Zo schijnt uw licht voor de mensen”, zei de Zaligmaker, „dat zij uw werken zien en de Vader verheerlijken, die in de Hemel is.” Dat naar buiten treden van de religieuse geest wordt tastbaar in tal van gebeurtenissen, die we in die 25 jaren hebben beleefd, nog meer misschien in de vele giften en gaven, waardoor de parochiekerk werd versierd.

Zo verdelen we dit artikel in twee onderdelen

1. Belangrijke Gebeurtenissen.
2. Versieringen der kerk.

Belangrijke Gebeurtenissen

Om een duidelijk overzicht te krijgen, doen we het beste de gewone chronologische orde te volgen:

1923.
Met Kerstmis werd door het Kerkkoor in de namiddag om 4 uur in de kerk het Kerstoratorium gegeven van Muller onder leiding van de Organist Adr. de Bree. Het was bitter koud, de sneeuw lag ’n halve meter dik. Toch kwam men van heinde en ver opdagen. Geen plaats in de kerk bleef onbezet. Het zangkoor was versterkt door een solist, de Heer Luyten uit Breda, (de broer van onze korist) van meer dan gewone begaafdheden; aan hem ook was voor ’n groot gedeelte het succes te danken.

A de Bree (2e organist van 1922-1945)

1923.
Van af dit jaar hebben we jaarlijks een plechtige Sacramentsprocessie georganiseerd buiten de kerk ter viering van het Sacramentsfeest, met uitzondering van de twee laatste oorlogsjaren, toen alles was bezet. Die processie werd gewoonlijk besloten met de zegen op de loggia „Urbi et Orbi” (Aan Stad en Land). De parochianen wonen steeds die processie in grote getale bij.

1924.
In de zomer van dit jaar werd door alle H. Families van Tilburg een processietocht ondernomen naar het huisje en de kapel van de Eerbiedwaardige Dienaar Gods, Petrus Donders. Deze tocht is buitengewoon geslaagd. In volle devotie nam onze parochie elk jaar deel aan de H. Hartprocessie naar de Heuvel.

1925
Op veler verlangen werd ’t Zielboek opgericht en in de maand November vierde Kapelaan Verwiel zijn koperen priesterfeest onder algemene belangstelling, vooral ook der scholen.

1926.
Op ’t Pinksterfeest deed Abt Janssens, uit Tilburg geboortig, hier een Pontificale Hoogmis. De belangstelling was uitermate groot. Dit jaar werd door de Broeders een Leesbibliotheek opgericht, welke tot een zeer uitgebreide is uitgegroeid. Veel parochianen profiteren van deze weldaad. Meermalen werden hieraan boekententoonstellingen verbonden voor onze jeugd.

1927.
Op 16 Mei werd onze kerk plechtig geconsacreerd door Z. H. E. Mgr. Diepen, Bisschop van Den Bosch. Dat was een parochiefeest in de volle betekenis van ’t woord. Begin April werd een feestcommissie samengesteld, waarin alle organisaties waren vertegenwoordigd. Hieruit ontwikkelde zich een siercommissie. De gehele weg, die Mgr. zou volgen, zou versierd worden. Alle parochianen werden gemobiliseerd en tot laat in de nacht zaten nijvere meisjeshanden vlaggetjes te maken. Niet minder dan 4500 vlaggetjes versierden de straten! De boeren der parochie zouden de gardes d’honneur vormen en oefenden dagen lang. De stoet bestond uit de volgende nummers: 1. Gardes d’honneur. 2. Schooljongens met vlaggen. 3. Eucharistische Kruistocht met emblemen. 4. Harmonie „1’Echo des Montagnes”. 5. Auto’s der feestcommissie. 6. Vanen der H. Familie. 7. Maria-hulde in de Meimaand met ’n schat van bloemen. 8. De meisjesschool met vlaggen. 9. De Bruidjes, die met linten zijn verbonden aan de auto van Monseigneur. 10. Auto van de Bisschop, omgeven door erewacht te paard. 11. Auto van het Kerkbestuur. 12. Gardes d’honneur. De tocht ging door Van Dijckstraat, waar het kerkbestuur Monseigneur welkom heette, Rubensplein, Ger. van Spaendonckstraat, Diepenstraat, Bredase Weg en Ringbaan-West.

Bij aankomst op de pastorie moest de Bisschop een kinderhulde in ontvangst nemen, om daarna de kerk te betreden. De kerk was tot in de uiterste hoeken met gelovigen gevuld. De pastoor hield de volgende toespraak:

„Monseigneur. Ik acht het een bijzonder voorrecht U Monseigneur, namens geestelijkheid en parochianen van harte het welkom toe te roepen. Allen hebben zich beijverd Uwe komst zo luisterrijk mogelijk te maken, de beste krachten zijn bijgezet, de blijdste tonen hebben weerklonken, er is hoog gestemde vreugde, in brede accoorden is U het welkom toegezongen.

En waarom die heerlijke manifestatie ? Zeker de liefde en de eerbied voor uw doorluchtige persoon zijn daaraan niet vreemd, doch ik meen in die hooggestemde feestvreugde, in de klanken der muziek hogere motieven te hebben beluisterd.

Immers, op de eerste plaats begroeten wij in U de door God gezondene, de gezalfde des Heren, die morgen namens Christus en Zijn Kerk deze tempel gaat wijden tot een „Domus Dei en Porta toeli”, een huis van God en de poort des hemels. De eerste en laatste gang van zo menig mensenleven zal naar deze kerk gericht zijn. Moge die gang, begonnen met Christus, ook leiden tot Christus, ons begin en ons einde.

Vervolgens, wij begroeten in U de Vader en Opperherder der Bosse Diocese. Uw grote en heilige verantwoordelijkheid, aan dit ambt verbonden, begrijpen wij slechts enigermate, doch het besef dier verantwoordelijkheid beluisteren wij in uw voorschriften en vaderlijke vermaningen. Hoort de Wachter van Sion : Kinderen staat vast in ’t geloof, luistert niet naar de dwaalleraars, die geld en goed en goud beloven, doch daaraan onafscheidelijk verbinden „Mits gij nedervalt en mij aanbidt”. Neen, hecht U vaster aan Christus door het dagelijks bijwonen der H. Mis, door een veelvuldige Communie en door een onbegrensd vertrouwen op Maria. Ik noem juist deze drie zaken, omdat deze als het levensprogram zijn van U. H. Excellentie. Monseigneur, we beloven U plechtig uw leiding willen wij volgen want wie met U is, is met de Paus, wie met de Paus is, is met de kerk, wie met de kerk is, is met Christus en wie met Christus is, vindt zijn eeuwig geluk. Eindelijk we begroeten in U de drager, de vertegenwoordiger van heilige tradities, wij zijn de zonen van een heilig volk, een volk van martelaren en geloofshelden, kinderen van Maria. Welnu „noblesse oblige” adeldom verplicht. Wij hebben onder uw leiding die tradities verder te dragen en in alle ongereptheid over te geven aan onze kinderen. Wij dragen in deze een grote verantwoordelijkheid. Moge het besef van die verantwoordelijkheid vandaag meer worden verinnigd, geadeld, doorvoeld, en nageleefd!

Monseigneur, wij danken U op de meest innige wijze, dat U hier gekomen zijt, om de heilige wijdingen te verrichten. Als dank bieden wij ons zwak gebed. Moge God uw bestuur heilzaam en zegenrijk maken! Doch wij durven ook iets aan U vragen. Morgen gaat U voor de eerste maal uw H. Misoffer opdragen in deze kerk. Och schenk ons iets van uw hogepriesterlijk gebed. Bid, dat nooit een ziel dezer parochie verloren ga! Bid, dat zij, die hun heilige eden ontrouw werden, wederom terugkeren tot Christus.

Ten slotte zij het mij vergund, mijn hartelijke dank te brengen aan allen, die hebben meegewerkt, om deze feestelijke ontvangst zo goed te doen slagen. Ik zal niet in bijzonderheden treden. God lone U voor de eer aan Zijn plaatsbekleder gebracht.”

Monseigneur, hierop antwoordende, begint met allen dank te brengen voor de feestelijke ontvangst. I-iet verheugt hem deze kerk te mogen consacreren en Mgr. wenst de pastoor daarmee geluk.

Niet alleen het hoofdaltaar, doch ook als bijzonder voorrecht zal het altaar van de H. Hartkapel worden geconsacreerd. Daar wordt de patrones van deze kerk, de H. Margarita Maria, de Bruid van het H. Hart bijzonder vereerd. Moge zij ook een bijzondere zegen uitstorten over deze Parochie!

Hiermee was de plechtigheid der ontvangst geëindigd. Daags daarna had de plechtige consecratie plaats, welke duurde van af half 8 tot half 2, toen de H. Mis begon. De lange duur vond zijn oorzaak hierin, dat twee altaren moesten worden geconsacreerd en de Bisschop telkens van hoogaltaar naar de devotiekapel moest lopen, ongeveer 40 keer. Om ongeveer 2 uur was de plechtigheid afgelopen.

1928.
Dit jaar werd de eerste Missie gegeven door Paters Redemptoristen Pater Schot, Pater Cronen en Pater Kandelaar. Het missiekruis, dat nog steeds achter in de kerk hangt, werd gemaakt in het jaar 1928 door de Beeldhouwer-parochiaan G. Bourgon;on. De 2e missie werd gehouden in het jaar 1934 door de Paters Jesuiten: Pater Bijvoet, Pater van Mieghem, Pater Eijkemans. Bij deze missie werd het beeld van O. L. Vrouw van Altijddurende Bijstand aangebracht. De derde in het jaar 1946 door Pater Coenen, Pater Sterneberg, Pater Wolf en Pater Van Essen, Jesuiten. Deze missies zijn schitterend geslaagd.

1929.
In deze tijd ontwikkelde zich een actie om het „Kruis langs de weg”, zoals onze voorvaderen dat kenden, in ere te herstellen. Ook onze parochie bood zich aan voor deze gunst en . . . . met succes. Er werd een weg-kruis geplaatst aan de hoek van DelmerwegBredase Weg. De eigenaar van de grond had later bezwaar tegen die plaats en zo werd het in het jaar 1940 verplaatst van hier naar de inrij-laan van het buitengoed der Familie Verbunt, waar het nu nog staat.

1930.
Reeds lange tijd hadden missievrienden gevraagd, om door een Kindsheidoptocht liefde te wekken voor de Missie. Dit jaar is men daartoe overgegaan; men brak echter met de oude idee, waarbij pausen en kardinalen in ’t gareel kwamen. ’t Moest iets artistieks worden. Zo kwam men tot de volgende gedachte: De stoet zou voorstellen de verbreiding van Christus’ leer in de eerste eeuwen der kerk, eerst onder de Joden, later onder de heidenen. Als klein kind verschijnt Christus op de wereld. Zijn eerste volgelingen waren Joseph en Maria (le groep : de H. Familie), die in haar kind de hoogste verheerlijking vindt (2e groep: Praalwagen: Maria verheerlijkt”). Als kind vindt Jesus zijn grootste volgeling: St. Jan de Doper (3e groep) en reikt de genade der bekering aan de eerst geroepenen onder de heidenen, de drie Koningen (4e groep). Dan treedt Christus op als Leraar der Wereld en tot de meest beminden behoren de Apostelen (5e groep) en de heilige vrouwen (6e groep). Na Zijn dood wordt het volk der Joden verworpen. Christus komt bij de heidenen en tot de schoonste kinderfiguren van het Heidense Rome behoort de martelaar van het H. Sacrament: de H. Tarcisius (‘7e groep) en de martelares van de reinheid: de H. Agnes (8e groep). De laatste 3 groepen verzinnebeelden de drie grote deugden: de reinheid (9e groep: H. Aloysius), de liefde (10e groep H. Elisabeth met weeskinderen) en de edelmoedigheid (l le groep de Kinderkruistocht). Wij vragen de bekering van Japan en China (12e en 13e groep: Scharen met Chinezen en Japanners).

Voor die optocht waren meer dan honderd costuums nodig, waarvan meerdere grote behendigheid vroegen van de naaisters. Een klein leger bereidvaardige zielen wist alles onder leiding van Mevr. Grielis en Ruijgvoorn op ingenieuse wijze in elkaar te toveren. Er ging ’n roep van bewondering door de mensenschaar, wanneer de groepen plechtig voorbij trokken. ’t Was „af”!

1931.
De kindsheidoptocht werd dit jaar herhaald. ’t Was weer prachtig. In de volgende jaren werden de costumes uitgeleend of gebruikt bij ’n uitvoering; veel hebben ze daarmee geleden en wat nog was gespaard, werd aan de armen gegeven in de oorlogsjaren, toen de kleren zo schaars werden.

Onze goede Zuster Ignace, het hoofd der meisjesschool werd ’s morgens 26 November dood gevonden. Ze was nog slechts 31 jaren oud. Memento mori!

Zr Ignace, hoofd der school (+1931)

1932.
Dit jaar werd door het kerkkoor ’n prachtig kerstoratorium gegeven met levende beelden, declamatie enz. Een orkestruimte werd aangebracht voor in de zaal voor de zangers en zangeressen. De Directeur, de Heer Van Luyk, had de leiding en de Heer Sicking had de levende beelden en declamatie verzorgd. Het was unique mooi en voor onze parochianen een revelatie.

1933.
Dit jaar werd met Kerstmis een Maria-oratorium ten gehore gebracht, dat enige bekende musici uit de mooiste Maria-liederen hadden samengesteld. Ook thans werden levende beelden gegeven. Zo mogelijk overtrof het zijn voorganger.

1934.
Dit jaar vierde de pastoor zijn zilveren priesterfeest, zo grandesco, dat het alle beschrijving tart. Zondag 3 Juni werd het feest parochieel gevierd: algemene Communie, plechtige H. Mis met Pontificale assistentie van Mgr. Janssens, druk bezochte receptie en plechtig Lof, waarin de Pastoor dankte. De kerk was schitterend versierd, zowel buiten als binnen. Dr. de Brouwer hield de feestpredicatie. Het koor zong schitterend in de H. Mis en gaf na de H. Mis een priester-cantate. Maandag en Dinsdag waren gereserveerd voor de schoolkinderen, die ’n prachtig declamatorium voordroegen, door een der Broeders gemaakt. De verdere dagen der week werden in feest doorgebracht voor de onderscheidene groepen, die hun medewerking hadden gegeven, om het feest zo schitterend te doen slagen.
Dit jaar werd het standbeeld van O. L. Vr. van het H. Hart van Jesus plechtig ingewijd en onthuld op het Maria-plein. Aan de totstandkoming van dit beeld heeft onze parochie ook meegewerkt.

Dr H de Brouwer, assistent der parochie

1935.
Op 10 Juni werd in alle stilte het koperen bestaansfeest gevierd van de Parochie door een plechtige H. Mis. Verder niets.

1937.
Dit jaar kregen we onze 2e kapelaan in de W.E. Heer A. Sigmans. Maria-hof, het juvenaatgebouw der Broeders van Boekel, werd plechtig door Mgr. Diepen ingewijd. ’t Is gelegen aan de Bredase Weg.
Onze schoolbroeders begonnen een nieuwe school voor onvolwaardige werkkrachten. Een bij uitstek liefdadigheidswerk!

Kapelaan A Sigmans (werkzaam 1937-1944)

1938.
Dit jaar begonnen we met „Ons Parochie-briefke”. Na een godsdienstig praatje vermeldde het alle mogelijk parochienieuws. ’t Viel erg in de smaak, doch moest verdwijnen, toen de Duitsers kwamen.

1939.
De dreigende oorlog bracht het idee, om onze parochianen te beschermen tegen de oorlogsgevaren, door de verspreiding der miraculeuse medaille van O. L. Vrouw. Deze medaille verdient wel de naam van „wonderbare”, omdat duizenden aan deze medaille op wonderbare wijze hun redding te danken hebben. Alle Franse soldaten, die in 1940 in ons land kwamen, droegen die medaille, door Maria ons gegeven bij haar verschijning aan Zuster Labouré, die pas is zalig verklaard.

1940.
„Ons Kerkboek” werd ingevoerd als parochieboek, dat buitengewoon voldeed. In onze kerk werd een luidspreker aangelegd met twijfelachtig succes.
Dit jaar werd het gebruik ingevoerd, om in de lijdensnacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag heel de nacht Jesus te komen aanbidden, uitsluitend door mannen, die elkaar aflossen. De Duitsers verboden dit gebruik.

1941.
Het Mariabeeld op het Rubensplein werd dit jaar geplaatst en door Mgr. Sweens plechtig gewijd en onthuld. „Rooms Leven” vierde dit jaar zijn zilveren jubilé.

1942.
Dit jaar werd ons prachtig orgel in de kerk geplaatst. ’t Blijft een „monument” dat eeuwen lang de glorie zal verkonden dezer tijden. Die glorie hebben wij te danken aan de spontane medewerking aller parochianen waarvoor bij deze nogmaals hulde wordt gebracht aan het onvermoeibaar werken van het Kerkversieringscomité en aan de bezielende leiding van zijn Voorzitter, die zelf de bedelstaf hanteerde. Mgr. Mutsaerts, benoemd, nog niet geconsacreerd Bisschop van ‘s-Bosch, wijdde het in. De organisten Jan van Leeuwen (zijn zwanenzang, + einde 1942) en Jan Hombergen gaven een orgelconcert.

Het door Pels nieuw gebouwde orgel in 1942 (33 registers, 2 klavieren en vrij pedaal)

1945.
Het Mariabeeld, O. L. Vrouw van Fatima, gemaakt door de bekende beeldhouwer-parochiaan G. Bourgonjon, werd plechtig gewijd en onthuld op de Berkdijk.

1946.
Bij dit beeld werd een gedenksteen aangebracht voor de gevallenen in de oorlog, die in de Berkdijk hadden gewoond. De Brabantse Stichting tot bestrijding van tuberculose huurde het klooster van de Broeders van Boekel (Maria-hof) 1) en vestigde daar hun sanatorium „Klokkenberg” geheten. Het kreeg een enorme uitbreiding.
Kapelaan Wassenberg vierde onder grote belangstelling z’n koperen priesterfeest.

Kapelaan A Wassenberg (werkzaam 1937-1947)

Zr. Rosalie, onderwijzeres van onze bewaarschool, stierf een plotselinge dood.

Zr Rosalie, onderwijzeres bewaarschool (+1946)

Versieringen der kerk

Om een juist in- en overzicht te krijgen van de vele versieringen en verbeteringen van de kerk, doen wij ’t beste de chronologische orde te volgen.

1923.
Heden arriveerden de banken.
Enige edelmoedige dames wilden de Pastoor bij zijn joyeuse entrée een cadeau aanbieden. De collecte bracht f 240.- op. Goddank, dat het slagersgilde, waarvan de pastoor adviseur was, dieper in de beurs tastte en zo konden bij Verschuren beelden worden besteld van Maria en St. Joseph. Jammer, dat deze beelden door de Bossche Commissie werden afgekeurd, omdat de klomp Franse steen in de beelden nog te sterk werd geaccentueerd. Dus : ze werden de laan uitgestuurd (ik bedoel de beelden) en vervangen door 2 gipsen beelden van een kunstfabriek, die in 1937 werden vervangen door 2 kunstzinnige eikenhouten beelden. De H. Antonius trof het beter. Op ’n goede morgen stond ’n Antonius-beeld in de kerk. Niemand wist, van wie of vanwaar hij kwam. Uit de hemel? In alle geval hij staat er nog! Dit jaar bracht ook een uitgelezen vloertje in de devotiekapel (ontwerp Piet Gerris). Onze parochiaan A. Versterre maakte een prachtige kerststal voor de kerk. Van lieverlede werd het met tal van beelden aangevuld.
Ook kregen we een afgedankt altaartje van de Zusters van de Oude Dijk, dat tot Maria-altaar werd verheven. Dit verhuisde in 1925 naar de overzijde, om als St. Jozefaltaar dienst te doen. En Maria kreeg het oude altaar van „De Goede Herder”. Beide verdwenen, toen in ’t jaar 1934 de marmeren altaren werden geplaatst.

1924.
Er werd een baldakijn geplaatst boven het hoogaltaar. Dit werd in 1935 vervangen door het tegenwoordige, dat ook nog om een definitief baldakijn vraagt.

1925.
In deze jaren werd de prachtige loper in het priesterkoor gemaakt door enige ijverige dames, die met een Jobsgeduld het werk voltooiden. Hulde aan die dames!
Ook de afdelingsvaantjes van de H. Familie werden in dit jaar geschilderd en door een kunstzinnige parochianen geborduurd.
Verder werden twee prachtige ramen van Piet Gerris in de devotiekapel geplaatst: De H. Michaël en de H. Engel Gabriël.
Bij de heiligverklaring van de H. Theresia kreeg de beeltenis van de nieuwe heilige in de kerk een waardige plaats.
Ten slotte werd geld opgehaald voor de vloer van de kerk.

1926.
Het altaar, dat nog steeds bakstenen trappen had, werd nu versierd met marmeren trappen. Tevens werd met een gedreven Christusfiguur, een kunstwerk van Kees Verkerk naar een ontwerp van Albert Verschuren, de tabernakeldeur versierd.

1923.
Het mozaïektableau boven de buitendeur der devotiekapel voorstellende „Mater Amabilis, Beminnelijke Moeder”, werd dit jaar aangebracht; een kunststukje van Piet Gerris. Een nieuwe kruisweg, een copie van Fiigel, verving de kleine kruisweg, die de zusters van de Oude Dijk bij de oprichting hadden geschonken.

1928.
Pater Kramer S.J. gaf ons een klankbord boven de preekstoel. De drie ramen aan de oostzijde van ’t priesterkoor werden dichtgemetseld.

in de pastorietuin (1929)

1930.
Er werd een nieuwe vloer gelegd in de doopkapel en het grote vaan van de H. Familie kwam gereed (ontwerp van Toon van Eindhoven).

1931.
Het grote Congregatievaan (ontwerp van Toon van Findhoven) voltooide het vanen-stel.

1932.
Architect Kropholler werd de bouwmeester van het Kerkbestuur. Hij begon met de vergroting van het priesterkoor. Hij bracht twee ambo’s met schitterend bronzen hek in de kerk en gaf het priesterkoor een marmeren vloer van „Comblanchien”. Ook wist hij op artistieke wijze de muur tussen kerk en devotiekapel te doorbreken, waardoor het kapelletje één werd met de kerk. Beide waren prachtverbeteringen, die door allen werden geroemd.

Architect AJ Kropholler

1933.
De kerk ontving enkele gordijnen in liturgische kleuren (ook een gouden) voor het altaar, alsmede twee dwalen voor Abacus.

1934.
Het zilveren priesterjaar van de Pastoor gaf meer, dan de grootste optimist had kunnen dromen. Hij was dan ook in de derde hemel! Zelfs een dorre opsomming der cadeaux brengt de lezer in extase! Ziehier het lijstje: a. twee prachtige marmeren zij-altaren van Maria en St. Joseph; b. de 12 statige apostelen-beelden; c. het bronzen kruis met zes bronzen kandelaars voor het hoog-altaar; d. een bronzen kruis met zes bronzen kandelaars voor elk der zijaltaren; e. een bronzen kruis met twee bronzen kandelaars voor de credens; f. de eikenhouten credens-tafel; g. lopers voor de kleine altaren; h. tapijt en lopers van geknoopt smyrna met ’n bewonderenswaardig geduld en uithoudings-vermogen van enkele dames vervaardigd voor de Pastorie.

1935.
Met vasthoudende ijver was door het Kerkversierings-comité onder leiding van de Voorzitter A. van Luyk, gecollecteerd. Eindelijk waren voldoende contanten bij elkaar. Men kon tot de beschildering van de triomfboog en priesterkoor overgaan. Na enige schermutseling werd het werk opgedragen aan de kunstschilder Piet Gerris, die zoveel schoons had gewrocht in de H. Landstichting en in tal van kerken o.a. ook in de parochiekerk van de Trouwlaan. Tot aller tevredenheid heeft hij zijn werk volbracht. Voor het goede lichteffect moesten de bestaande ramen worden vernieuwd en het al te grote baldakijn door een voorlopig kleiner worden vervangen. De verlichting van triomfboog, die dit jaar werd aangelegd, verhoogde de schoonheid.
Dit jaar bracht ook een nieuwe vloer in de kerk, twee nieuwe Godslampen en één nieuwe marmeren Communiebank.
De twee jaren 1934 en 1935 waren wel twee vruchtbare jaren.

beschildering der triomfboog door P Gerris (1935)

1936.
Gedurende meerdere jaren werd de kerk begiftigd bij feestelijke gelegenheden, als le H. Mis, zilveren of gouden bruiloften enz., met tal van voorwerpen, nuttig voor de eredienst, als eikenhouten zetels en bidstoelen in het priesterkoor, nieuwe missaals, zilveren ampullen, sierkandelaars, kaarsenlusters canonborden, zilveren en andere kazuifels met toebehoren, altaarschellen, wierookvaten, te veel om op te noemen. Ook mag hier met ere het werk genoemd worden van Mevr.v. Bommel, die kant haakte voor ’n uitgebreid stel alben, superplies, communiekleden enz.

1938.
Dit jaar werd het beeld van de H. Gemma Galgani in de kerk geplaatst. Een lang gekoesterde wens (’n mozaïektableau van Joannes de Doper boven de buitendeur der doopkapel) ging in vervulling (ontwerp Mandos).

1940.
We kregen vijf bronzen kaarsen-banken bij de beelden achter in de kerk.

1942.
Met zijn machtig front mag het nieuwe orgel een sieraad voor de kerk genoemd worden. Het kerkkoor werd geheel vernieuwd, van banken voorzien en ontving twee prachtige tableaux, voorstel-lende: de H. Caecilia en de H. Gregorius de Grote naar ontwerpen van Lucas van Hoek.

1945.
De kerk kreeg een prachtige verguldzilverden ciborie met gedreven St. Joseph figuur (ontwerp Kloosterman).

1946.
Het eerste Bernardus’ kazuifel werd ons geschonken in de groene kleur (ontwerp-Sträter).

1947.
Een wit Bernardus Kazuifel volgde op het groene. Zeer mooi en smaakvol!